Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
tjovnar zoo dreigend M crd, dat ons Lager Onderwi js
»door Slaalsparlijen en godsdiensligc Secten achteruit-
gang , zoo geene geheele vernietiging "(*) zou ondergaan ,
vereenigde zicii een aantal Onderwijzers te 's Graven-
liage, oni, in navolging van zoo vele andere inaatscliap-
pijen, die de beste vruchten voor letteren, kunsten en
wetenschappen opleveren, ook een Onderifijzers-Genooi-
schap op te rigten , ton einde de handhaving en de ver-
dere ontwii^keling van ons Lager Onderwijs tc bevorde-
ren. Weldra vond dit denkbeeld bij deze en gene in
't geheele land bijval, en ■werd het aantal leden zoo
aanzienlijk, dat men de goedkeuring der Regering op
liet ontwerp konde vragen. Door verschillende omstan-
digheden werd het geven dezer goedkeuring vertraagd;
in dien tusschentijd begon het Genootschap zijne werk-
zaamheden door eene drukke briefwisseling; uit de be-
palingen des Genoolsciiaps, uit deze werkzaamheden en
uit den aard van eenen genootschappelijkeu arbeid op
zich zelven kunnen wij opmaken, welke belangrijkheid
ook deze maatschappij kan bekomen. Onze eerste alge-
meene bijeenkomst worde dus geopend met de mede-
deeling van eenige denkbeelden , wat deze Vereeniging ,
nu zij door de Regering erkend is , kunne worden, voor-
eerst voor de School, dan voor den Staat, eindelijk voor 5
de Kerk.
I.
Onmiddellijk moet de invloed van ons Genootschap
groot kunnen worden op de School.
Het is waar , het heet niet een Genootschap voor On-
derwijs, maar een Ondenvijzcrs-Genootschap; doch dezen
naam draagt het, omdat deszelfs gewone leden alle On-
derwijzers zijn, terwijl ook wel bevorderaars van de
belangen van het Onderwijs in hetzelve kunnen opge-
(*) Zie de Voorrede, LI. 4, van liet Reglement van eenOn-
deni-iizers-Genoofschap , 'sGravenh. 1841'