Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
(Ic gemeenschappelijke vorming zijner burgers niet kan
missen, en voor de Kei-k, welker verdeelde Genoot-
schappen in de gemeenschappelijke School het eenige
vereenigingspunt hebben, 'twelk het volk voor eenzij-
digheid en vijandschap kan vrijwaren.
Doch, gij hebt het wel opgemerkt, M. H.; ik heb
niet gezegd, wat ons Genootschap nu is of eenmaal
worden zal; ik heb alleen gezegd, wat het eenmaal
worden kan. Kan, namelijk, als alle Nederlandsche
Onderwijzers en Schoolopzieners eendragtig tot hetzelve
toetreden: kan, als wij in een echt Nederlandschen zin
werkzaam zijn; kan , als de geest des Christendoms, de
geest der waarheid, der liefde en der kracht ons be-
zielt.
Zal echter ook gebeuren, wat naar mijne overtuiging
kan ? Ik weet het niet. Maar dit weet ik, veel zal
daartoe afhangen van deze onze eerste vergadering. Het
zij dan eene eendragtige, eene Nederlandsche, eene
Christelijke vergadering, vol kracht en leven, vol ijver
en wijsheid. En w ij, laten wij daartoe vrienden , broe-
ders zijn !
{Hierop zonff een kinderkoor).
Een aangenaam w erk is mij nog overig, voor w ij tot
de mededeelingen en beraadslagingen van dezen dag
voortgaan. Ik heb aan de twee bekroonde onderwijzers
de toegezegde belooning uit te reiken, aan h. deelma>-
van Eppingehuizen een tienguldenstuk voor het beste
kunstmatige schrift, en aan e. zuidema van Helium,
vijf tienguldenstukken voor de beste kaart van de Pro-
vincie Groningen, ten dienste der scholen. Over de
waarde dezer stukken kan de vergadering zelve oordeo-
lon; ze zijn ten toon gehangen. Beide bekrooniiigen
zijn ten teekcn van 'tgeen wij in de zaken van lut