Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
(it! Iioofdzaken , Bijbelsche geschiedenis voor het hoofd
e 1 Cliristelijke liefde voor het hart, genoegzaam onaange-
rjerd bleven. Het is dus naar de overtuiging van vele,
zoo niet van aHe Opvoedkundigen, eene treurige dwaling
van eenige Regeringen in den tegenwoordigen tijd, dat
zij een zoogenoemd kerkelijk beginsel in het Schoolwezen
toelaten of wel hetzelve, gelijk in België , er aan onder-
werpen ; eene dwaling zoo gevaarlijk . dat zij telkens
weder bestreden moet worden , totdat zij eindelijk over-
wonnen is en verdwijnt.
I Is zij eindelijk overwonnen en verdv* enen, is het
I algemeen erkend, dat het Onderwijs door en door gods-
dienstig , maar vrij van het beheer der Kerkgenootschap-
pen moet zijn , dan zal het weder alleen voordeelig wer-
ken op de A^erk zelve, gelijk het voorheen deed en ook
' nu nog doet.
Er was een tijd, waarin men beproefile één Kerkge-
nootschap te hel)ben, en de ééne kudde des Heeren als in
éénen stal te vergaderen. Door Keizer corstantijn werd
dit in het groot beproefd ; doch te vergeefs ; op elke
Kerkvergadering volgden nieuwe scheuringen , eerst nog
maar tusschen eenige ketters en de Katholijke Kerk ;
doch weldra werd ook deze verdeeld in eene Grieksch-
Katholijke en Latijnsch-Katholijke Kerk ; eindelijk deze
laatste in eene Roomsche en Evangelische. Ja , door den
tijd niet w ijzer gew orden , zocht men toen nog in Spanje,
Frankrijk en elders ééne Roomsch-Katholijke, in Duitsch-
land hier en daar ééne Luthersche, in ons land ééne
Hervormde Kerk te hebben. Alles mislukte ! Men heeft
in de beschaafde landen er toe moeten komen, vele
Kerkgenootschappen toe te laten in éénen Staat. Dit kan
voor den Staat, gelijk wij zagen , eene bron van rampen
voorden ; maar ook voor de Kerkgenootschappen. Deze
kunnen zich tegen elkander overstellen en alles veroor-
deelen , wat elders geschiedt, niet omdat het verkeerd is,
maar omdat het in een ander Genootschap gebeurt. Zij
kunnen elkander, gelijk ik straks reeds opmerkte , ver-