Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
zicli zóó vrij en zelfstandig ontwikkelend onderwijs is dus
voor eiken Slaat, maar vooral voor den Nederlandschen ,
cene weldaad en eene behoefte. En kan tot deze ont-
wikkeling ons Genootschap krachtig medewerken , hoe
belangrijk kan dit dan niet worden voor den Slaat?
in.
Eindelijk kan ons Onderwijzers-Genootschap ook zeer 1
belangrijk worden voor de A'erfc.
Misschien hebben sommigen uwer zich wel verwon-
derd , eerst dat ik , zelf een leeraar der godsdienst, zoo
sterk tegen den invloed der Kerkgenootschappen op de
School heb gesproken, en voorts dat ik desniettemin van
de belangrijkheid onzer Vereeniging voor de Kerk wil
gewagen. Zijn er dezulken, dat ze mij w el verslaan.
Voor drie jaren sprak ik ook in eene talrijke vergade-
ring, ten betooge, dat ons Lager Schoolwezen door en
door godsdienstig moet zijn. Van het toen gezegde en
naderhand door den druk verspreide neem ik geen woord
terug. "Want ging de voorslag , door sommigen ook de-
zer dagen gedaan , dóór, dal men de godsdienst niet
langer als grondslag van alle Volksonderwijs en Opvoe-
ding wilde beschouwen, dan is alle Opvoeding onmoge-
lijk, alle Onderwijs ongerijmd. Maar ik verzoek u wel'
onderscheid te maken tusschen godsdienst en Kerk, en
ook tusschen Kerk en Kerkgenootschappen. Godsdienstig
en wel Christelijk-godsdienstig moet ons Schoolwezen zijn; !
maar daarom behoeft het niet onder den invloed van Kerk-,
genootschappen te staan. Wat zeg ik? Hoe kerkgenoot-
schappelijker men de School maakt, des te ongodsdienstiger
zal zij worden. Het is eene ondervinding van alle eeuwen
en landen , dat het Schoolwezen, aan de vaak op elkan-
der naijverige Kerkgenootschappen overgelaten, de een-
zijdige rigting dier Kerkgenootschappen volgde, en
de hoofden der kinderen met kerkelijke verschilpunten
cii de harten met wantrouwen en haat vervulde , terw ijl