Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
op hun gemoed en hunnen wil te werken, en hen zoo
vrijwillig tot het welzijn van zich en allen leert mede
arbeiden. Maar door welk middel zal nu die verlich-
ting en besturing van alle Staatsburgers uitgewerkt wor-
den? Door huiselijk onderrigt, 'twelk doorgaans zoo
hoogst gebrekkig is en hier geheel anders dan in het
hieraan palende huis ? Door maatschappelijk verkeer ,
't welk evenzeer eene opwekking van allerlei onreine
driften en zonden, als van wijsheid en deugd kan zijn?
Door kerkelijk bestuur , 't welk, zonder algemeen ver-
breid Onderwijs, te allen tijde in Priestergezag is ont-
aard ? Door kunst en wetenschap, die niet beslaan,
waar een goed ingerigt Volksonderwijs ontbreekt? Hoe-
veel dus aan al deze hulpmiddelen voor de volksbescha-
ving en het welzijn der Staten moge te danken zijn ,
indien er een goed Volksonderwijs mede gepaard gaat,
zonder dit bestaan zij niet of naauwelijks , of werken zij,
zoo ze bestaan, dikwijls schadelijk.
Maar een jfoerf Volksonderwijs behoeft juist niet uit geen
vrij en zelfstandig School« ezen voort te komen, zegt
misschien iemand. Dit wil ik niet ontkennen. Het kan
zijn, dat de voogdij en besturing van eene andere magt
aan hetzelve zeer voordeelig kan zijn ; dit bewijst de
geschiedenis van ons eigen Nederlandsch Volksonderwijs
in de laatste zestig jaren, waarin het onder voogdij en
besturing van andere magten, niet door eigen inzigt en be-
heer, voorspoedig is opgegroeid. Doch zulk een toestand is
slechts een tijdlang voordeelig, even zoo als voogdij en be-
stuur ook voor den enkelen mensch slechts zoolang nuttig
is, als hij nog een kind is, dat zich zelf niet regeren kan.
Is hij een volwassene geworden , dan moet leidband en
dagelijksche vermaning weg; vrij en zelfstandig trede hij
voort; want God wil, dat hij het doe. Zulk een volwas-
sen leeftijd komt er ook voor zedelijke inrigtingen en
vereenigingen , die , onder de schaduw en hulp van be-
schermende magten gelukkig opgegroeid, weidra kwij-
nen , indien men deze hulp en voogdij in dezelfde mate