Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
een ledigen jongen. Dezelve wil liever op den
weg loopen als te leeren; rookt al siegaren,
drinkt drie a vier wijnglazen of veel biers. Er
zijn er die zeggen , dat er niet veel goed van
hen geworden zal en dat zijn ouders weinig plei-
zier met hem zien zullen,
290. In de oost was de mode heerschende, dat de
gastheer zijnen gasten de voeten liet wassen ;
hem daartoe water aangeboden hebbende. Zulks
moet in die warme strecken zeer opfrissend zijn.
291. Caligula, een onwaardige siegte romeinsche keizer
liet zijnen soldaten schelpen garen , in plaatse van
hun den vijand te tegenstellen, en liet hen daarna
juichende terug te trekken, of zij eene victorie
waren komen te behalen geweest.
292. Een gedeelte van ons leven word doorbragt in
kwalijk handelen, een meer groot deel in luije
ledigheden , en bijnaar ganschelijk het leven, door
niets anders te verrichten als hetgene, wat men
doen moet.
293. Aan het stervenbet, van een edelen , wezenlij-
ken godvrugtigen mensch, staad de dood als de
beminnelijke genius der Ouden, die zachtjes om-
keert den levensvakkel, opdat denzelve uitgeblust
wordt, terwijl hem van uit de eeuwigheid de
nieuwe fakkel van een onuitblusbaar leven aau-
gerijkt word.
294. Prins Willem den eerste, den vader des vader-
land genoemt, van den ellendige roover Balthazer
Gerards ter dood gewondt geworden zijnde riep
hij uit: //Mijn God ontfermt u over mijn en over
uw arme volk !
4