Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
wist de schatten van het heele rijk, en wereld zou-
den niet toereikende zijn.
263. akseptatie
Den ondergeteekenden^ P. S, kaarsemaker te X.
verbind hem bij deze om aan de heer W. Z. of
orde te betalen met ultimo 31 December 1846
de somma van twee hondert guldens, de waardij
in contante en gereed geld genooten.
X, de 2 Jannewarij 1845. P. S.
264. Laat ons alle onze kragten bespannen, onze schoone
moedertaal zuiver zonder fouten te schrijven.
265. In den stede van Groningen, die in eene zand-
volle hoogte, genaamt, de honds rug, is ge-
bouwt, heeft men een schip voor ruim honderd
jaar, uit de grond gevonden, onder een her-
reberg, en in het nieuwe gegraven kanaal of
gragt, dat ten einde der laastvorige eeuw buiten
Groningen, tot verdedigen der stad groef, vond
men bij de diepte van twintig voeten en meer
voeten zeer vele schelpen en versteende zeevoor-
brengsels.
266. Een ongeleerd jonge man, die soldaat geworden
zijnde, moest voor de eerste maal mede te vu-
ren. Hij laade zijn geweer, doch dorst den haan
niet aftetrekken; hij laade telkens op nieuw tot
toe zesmaal, als wanneer de kruidamp hem zoo
moedig gemaakt hadt dat hij de haan besloot te
overhalen. Hij heeft het met dat ongelukkig vervolg
gedaan dat het geweerloop berste, en hij gekwest
op den gront ging liggen vallen, terwijl eenige
kammeraads haar met hem bezig hielden, ging
de scherjant met een paar anderen om het ge-
weer op te rapen, hetgene onsen bloed ziende,
hem verschrikt deed uitroepen: ,/raakt hem niet
aan scherjant, laten zij hem niet aan raken daar
zit nog vijf schot op."