Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
die, weinig van alle die vreugdekreeten begrij-
pende dewijl zij ook een weinig doof is. De
goede slove die zins twintig jaar vier revolusies
had medegewoont, vermengde alle regeringen
en schreeuwde zoo hart en zoo schel mogelijk
leve den koning, leeft den republiek, leeve den
keijzer, leve Lodewijk den achtienden ?
219. De geregtsdienaars, wie maar zelden korswijl
verstonden , bemeesterden hun van haar, toen
de Graaf van artois beviel haar te vrijlaten.
Vervolgends haar zachtkens op de schouwer
klopte, zeide hij dit koninglijk woord //ge hebt
wel gelijk, goede vrouw! ieder en een al de
menschen moet leven.
220, Tot de grasoorten, die meestal olie stengelen
met meer als een lid en zeer lankwerpige smalle
bladen hebben, telt men de tarwe, haver, garst,
rijst, suikeriet, hennip, het vlas, mankop enz.
221. Den sterken heeft mindere openbare vijande als
de niet sterke.
222. Zoo wanneer iemant bescheiden bleef, niet bij
de lof maar bij berispings, die is duidelijk be-
scheiden.
223. Wanneer 't heil uwes vaderlandes betreft, zoo
draal niet, maar geeft u te offer voor ze.
224. Hoe bedwong ik best mijne harstochten! vroeg
eenen jongeling zijn leeraar. — Trekt dit boom-
stampje uit, antwoorde deze. Geene deedt het ligt
zonder moeiten met zijn eene hand alleen. — //Dit
ook, zeide den leeraar, op een' meer dikkeren
wijzende. De leerling moet hiertoe twee zijner