Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
tjeus, sterke geveerde poten, en bijkans een
regtopstaande lichaam. Deze ligt schuuwe vogel
ging alleen in den schemering op roven uit, en
word wanneer dat zij zich over 's daags liet
zien, door veele, kleine vogeltjes, voor al door
de kraaien aangevalt onder een luid geschrei
en berooft van zijn vederen. De uil voed hem
van, muizen, vleermuizen enz.
212. Wenschen zijn middelen ten instandhouding des
menschlijke leven, wien gene wenschen meerder
heeft, heeft geene vreugt meer in 't leven,
wenschen, die den mensch tracht te verweze-
lijken is de bron van alles wat edels en groot
is. Men voedde steeds redenlijke wenschen in
zijn harte, wenschen wiens vervulling mogelijk
zijn, en late dezelve nooit in zijn boesem ster-
ven ; wie noch wenschen voed, is de menscheid
nog niet afgest....., en wanneer als het op iets
grootsch aankome zal hij hem zijn hand niet
ontrekken maar moedig en volieverig volvoeren,
dat, wat plicht en eer hem gebied.
213. De Euiter, wie zijn voornaam Maarten adriaans
was, eene onzer grootsten helden ter zee, bezit
bij allen zijnen roem de egte nederigheid van
hem zelfs spreekende , zijde hij , vaakmalen : ik
wil wel van niemant genoemt noch opgehaalt
worden, als ik maar slechts in staat ben , mij
pligt te vol doen, en mij ordes wel uit te voeren."
214. De geschiedenis in zijne rollen meldde van hem,
dat hij bedugt zijnde , dat zijn roemvolle daden
naar zijn doot vermeit mochten worden , veele
papier vergenietigd heeft, die gewichtige aante-
keningen van zijn leven en daden behelzen.
él5. Door zijn pligtens vol te brengen behoogde hij
geen lof maar enkel en alleen den rust van zijn