Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
de gehad deedt het volgende in eenpubliek nieuws-
blad zitten: hij, dien eene blaauwe zijde regen-
scherm met ievooren anvat gevonde hebbe, word
verzogt hetzelve weder terug te brengen aan den
heer P..... wie het hem te geschenke zal geven.
207. Hoe klettern dé zwaarden, hoe rammelt het schilt
Hoe daveren den krijgsroep, vermetel en wilt,
Hoe schalt en hoe schittert klaroen en trompet,
Hoe stijgert en trappelt het briesend genet
den ridder rukt aan met gesloote vizier;
De standdaarden wappeft en vaan en bannier ,
De strijtbijl omhoog en de speren gevelt.
Zoo daagen de kreigers met j uilent gewelt (*).
208. De rijkdom beminne ik niet, noch ik wensch
■die, slechts is het mijn beschooren in staat te zijn
spaarzaam doch niet bekrompen te kunnen leven.
209. Is de mensch niet voor de aarde en hemel ge-
schept, als hij dus het een om 'tander ver-
geten gaat, dan verwaarloost hij zijn eigen be-
stemming.
210. Snelte des tijds.
Mijn hert heeft nu geklopt, tot in de 't sestig jaaren.
En ziet? dien langen tijd is vaardig heen gevaaren.
De jeugt is maar een' damp een bloem een
spigtig gras.
En ik nu maar een schim van 't geen ik eer-
tijds . . .
211. Den uil heeft een grooten kop, dien veel ge-
lijkt aan die der katten; hij heeft groote, geele
uitgepuilde oogappels, een korte en een krom-
me snavel, neusgatens met borselagtige veer-
(♦) Overjïenomen uit Museum v»n uitgezochte verlialen.