Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
1!)
uijiigert om een wijnpersbak te kopen, en ook
wei : hij verruildde zijn paard voor eenen fraai-
jen zadel.
134. Als wij dreigen te vallen , zal kracht van Boven
op onzen gebede ons wel opheffen, en zijt gij
gevallen wel ondersteunen en staand houden.
135. Het is haatlijk als bloedverwandten met malkan-
der in onvrede leven. De vleugels der vriend-
schap en van liefde moeten nooit of nimmer
ruijen; maar den vleug'len der bloedverwant-
schap moet ook nooit kortgewiekt worden.
136. Marchetas bepleitede zelfs zijn zaak voor Phi-
lippus de koning van Maccdonie, dien pas van
de jagt weder terug gekomen zijnde , het von-
is velde, daar hij gedurende een groot ge-
deelte des regtgeding geslapen hadt. Den uit-
spraak was^ ongunstig voor Marchetas. Hij we-
tende, dat hij regt aan zijne zeide had, zijde
vastberaden dat hij hem op een andere richter
beriept. — En op wie dan vraagde den koning
driftig. Op uw Sire, nu gij niet meer slaapt. —
Philippus door deze stoutmoedigheid getroffen,
onderzoekte de zaak meer naauwkeiiriger en
herkende dat hij het ongelijk had gehad in de
veroordeeling , veranderde de uitspraak ten zij-
nen gunste.
137. De moeder van een gemoorden kan slapen, maar
de moeder van een vermoorder kan niet slapen.
138. De jeugd verouwdert haest, den dood is levens buur;
Och! t uur ontsnapt de menschen, dewijl hij
vraagt: wat uur.
139. Men kan ten allen tijd gemakkelijk noch zeggen, dat
wat men gezwegen heeft, doch het gezeide weder
te herroepen is onmogelijk en kan niet geschiede.