Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
IS
127. Barren noemt men zoodanige zandbanken, als
welke zich bij uitwatering van de rivier vorm-
den, en wadden die, die bij de eb droog en bij
vloet overgestroomt worden.
128. Duinen zijn reijen hoge hopen zant, bij langs de
oevers der zeen, welkers groote van de open
zee van winden enz. afhangen.
129. Klippen zijn rossen., die of boven uit het water
steeken, of nabij tot aan den oppervlak der zee
toerijken, en riffen vormen wanneer dat zij in 't
verborgen te zaam hangen.
130. Een sehranderen bol willende zijnen paarde lee-
ren om niet meer te eeten, gaf hetzelve geen
voer meer. Nu men kan wel denken, dat duurde
niet lang of het goeije beest, schiet er de hals bij
in. Toen stondt onze vrind er bij te kijken, of
hij zijn zondaagsoortjen verstioept hadde: zeg-
gende: //wel dat is nu al heel zeer jammer,
hij was het vasten nu al aardig geleert, en daar
legt dat malle beest nouw!
131. Tracht u niet aan de omstandigheden, maar de
omstandigheden uw zelfs onder te werpen.
182. Hoor, kinderen, hoort een rustig woort,
En zeg het vrij de buuren ____,
Wil iemand dragen eenig pak
En dat ook zonder onge...,
Die grijpt haar van den aanbegin,
En draag' het met een lichten zin:
Wand al wat iemand willig doet
Al isset zuur zoo woid het zoet. J. Cats.
133. Van zoodanigen iemand, dien nutte zaken ver-
koopen, om in staat te zijn nutteloozen te
kunnen verkreigen, zegt men: hij verkogt zijn