Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
3-1. Van de vogelen, leven de steenarends rijgers en
valken meer als een eeuw; zoo ook de pappe-
gaaijen, zwanen en raaven.
35. Een oud besjen, had dit van ds laatste vogel hoo-
ien verhalen, kon het niet geloven, waarom zij
een raaf kogt zeggende: ik wil tog eens zien, oi
dit beest hondert jaar leeft.
36. Planten die wateragtig zijn en veel zappen bevat-
teden leven een ofte twee jaar, struiken en kleine
boomen, wordt omstreeks de 60 jaren oud: de
rosmarijn, klimop, den wijnstok en meer andere,
leven tot de 100 jaren, eiken en andere die
groot en hart van hout zijn, zelf tot 1000.
37. Bij de koeijen kent men de ouderdom aan de rin-
gen der hoorens, bij de paarden aan den tanden,
bij de harten aan de takken van haar gewei.
38. Gezondheid is de grootste schat des levens.
39. Men achtte niets zoo hoog, dan dat de wijsheid raakt,
En dat in ons gemoet de zinnen beter maakt.
40. Maar wijsheid doet demensch, gerust en vrolijk leven
Hij kan in elke stant hem 't reinst genoegen . ..
Zij doet hem in de dood en naar het sterven baat,
Eu blijft, als 't al verdwijn, zijn .... en cieraad.
41. De achting der wereld kan men soms door list
en huigelarij op zich halen, maar eigen achting
moet men verdienen.
42. Wij moesten onze naaste liefhebben en weldoen.
43. Jozef egypte's regent mocht wel zeggen, ik was
de ongelukkigste mijner broeders, van af dat ik