Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
parelen, edele gesteentens, zeidestoffen, verw-
waren, enz. in 't land in bracht.
26. Den ohfant is de grootste der viervoetige dieren.
27. De vos noemen zij wel eens de looste der dieren.
28.k De walvisch mag men voor de grootste der zee-
inwoners houden.
29. In 1602 rigte men de Oost-Indise Compagnie op.
Dezelve vermeesterde en verwoeste Jacatra op 'i
eiland Cuba ? en werd herbout en genoemt Batavia,
en tot hoofzetel onzer O. I. bezittinge verheft.
Op voorbeeld hiervan werdt ten einde van het
twaalfjaar bestant ook eene west-indische Compag-
nie gestich, die spoedig een ijsselijken bloei be-
haalde, dog ook gaauw in verval bekwam.
30. Dallen en valeijen zijn de laage lantstreken achter
bergen.
31. De perzen beschouwen een zoon als een zegen
des hemels. Bij de geboorte van denzelven ziet
men de slaaven elkander haastten, om het eerst
den tijding aan zijn heer te brengen, terwijl hij
uitroept: Madieh? dat is, blije bootschap, waar-
voor hij een geschenk ontfangt, Bij den geboorte
eener dogter, heeft het tegendeel dezer blijdschap
plaas.
32. Men wenscht oud te worden, en men vreest de
ouderdom, terwijl men het leven bemint, en de
dood tragt te ontfluchten?
33. Onder de vissen herijken velen een verschrikkelijk
hooge ouderdom; de snoek en de karper, zeggen
zij, kan wel 150 jaar oud worden. Even zoo is het
ook zoo met den tweeslagtiege dieren (amphibien)
waarvan den schiltpad wel meer als 100 jare leeft.