Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
//Dat is een praatje —" betoogde Fox: //Zoo even heb
ik Little nog gesproken en hij heeft mij, zijn vertrouwe-
ling, geen woord van de zaak gezegd; ik twijfel er zelfs
aan of zijne veelvuldige bezigheden hem wel zouden ver-
oorloven zulk een zwaarwigtigen post op zich te nemen."
//Toch zult ge zien, onnoozel lam, dat hij zich ten slotte
die ontzettende opoffering getroosten zal" — zei Humbug
en Truth voegde er bij:
//Maar wij zijn menschen van fijn gevoel, vrind Fox I
Wij zijn veel te kiesch om Little zulk een lastpost op
den hals te jagen. Reken er daarom op, dat wij zijne ver-
kiezing zullen bestrijden."
Fox werd bleek van woede, schold de beide courantiers
zeer teregt uit voor partijniaiiiien en eerroovers en ver-
liet het bureau van de Paris TéUgraphe.
Een oogenblik later had ik zijn voorbeeld gevolgd, in
diep gepeins verzon] en over de rampen, die de uitspattin-
gen der drukpers over de menschheid verspreiden, en naar
de middelen zoekende om al de dagbladen zonder onder-
scheid te supprimeren.
De stem van mijne Susanne, van mijne geliefde doch-
ter, gaf aan mijne gedachten een anderen loop. Ze zat in
een cabriolet, die door Martha werd gestuurd. Het paard
was rap ter been en Martha bleek een geoefend koetsier
te zijn, die meer op den teugel dan op de zweep rekende.
Maar in de straat waarin ik woonde, was in het plaveisel,
ter hoogte van mijn huis, een steen, glad als een spiegel,
die daar, naar ik veronderstel, door een belangzuchtig paar-
dendokter was aangebragt, want sedert tien jaren komt geen
hoef van een paard met dien steen in aanraking, of het
dier struikelt en valt. Het paard dat Martha mende, was
dan ook naauwelijks de bewuste plek genaderd, of het viel
zich de voorpooten bijna stuk; door den schok werd
Martha over het paard heen geworpen, met het aangezigt
op de steenen; Susanne stortte eveneens naar beneden; ik
ving haar in mijne armen op, maar kon mij niet staande
houden en sloeg met mijn kostbare vracht tegen den grond.
Woedend en met gescheurde kleederen stond ik weder