Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
Daar verscheen Green weder met eene vrouw in den
arm; hij klom met zijn last den ladder af.... een luide
juichkreet steeg op uit de menigte.
Naauwelijks was zij beneden of de vrouw slaakte een
gil: //Mijn kind," riep zij, //waar is mijn kind, waar is
mijn dochtertje!" Zij sidderde over al hare leden: zij
weende; strekte de handen uit naar het venster waar de
vlammen uitsloegen.... zij wilde zich in den vuurpoel wer-
pen. Vruchteloos trachtten wij haar te weêrhouden; zij
rukte zich los, ijlde naar het huis, maar, telkens door
de vlammen teruggedreven, uitte de ongelukkige hart-
verscheurende kreten en rukte zich de haren uit het hoofd.
De vlammen loeiden als een stormwind; het dak, dat
één vuur was, dreigde in te storten; het kind was ver-
loren. Wat mij op dat oogenbiik bezielde, daarvan wist
ik me geen rekenschap te geven: de aanblik van die
arme moeder, het voorbeeld van Green, het bew^ustzijn
dat ik Franschman was.... kortom, het bloed vloog mij
naar het hoofd en zonder dat ik zelf wist wat ik deed,
vloog ik den ladder op.
Rose wilde mij tegenhouden. //Ook ik ben vader,*' riep
ik: //ik zal dat arme kind niet laten omkomen!'
Toen ik de bovenkamer bereikt had, werd ik bang; de
vlammen sisten om mij henen; het houtw^erk kraakte;
de spiegelruiten sprongen; het was een onheilspellend
rumoer. De hitte deed mij bijna stikken; de rook verblindde
mij; ik riep het kind bij zijn naam — geen antwoord.
Reeds wanhoopte ik iets voor het arme wicht te kunnen
doen, toen plotseling een roode vlam het houtwerk lekte;
bij haar schijnsel zag ik tegenover mij eene gesloten
deur. Met een enkelen houw het slot te verbrijzelen, de
kamer binnen te snellen, naar de wieg te vliegen, waarin
een kind lag te w^eenen, en mij van dien schat meester te
maken, — dat alles was het werk eener seconde. Ik
juichte.... maar mijne vreugd was kort.
Van alle kanten door vuur en rook omringd, dreigde ik te
stikken; 'k wist niet meer waar ik was; mijn hart klopte ge-
weldig; alles draaide met mij in de ronde... ik was verloren!