Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
44.
ffDe vrijheid boven alles!" — haastte ik mij te ant-
M'oorden; ik was een weinig beschaamd over mijne zwak-
heid, waarom ik dan ook uitriep: i/Zijn naasten te hulp
te snellen is een pligt en een genot, dat ik aan niemand
afsta. Ik ben er trotsch op pompier te zijn !"
//Veel minder dan Green," hernam Fox. //Als er een brand
uitbreekt,is niemand zoo blij als hij. Hetis een slimme kerel,'*
fluisterde hij mij in 't oor: fidemlish smart,' herhaalde hij tot
vier maal toe, terwijl liij veelbeteekenend met de oogen knipte.
Hij greep zijn snuifdoos, zuchtte, nam tweemaal heel
langzaam een snuitje en hervatte: //Onze kapitein, de
goede kolonel Saint-John, is voornemens zijn ontslag te
geven. Green is luitenant en eerzuchtig. Hij wil kapitein
worden en zóó voorts. Het is een verduiveld slimme kerel,
maar ik zie hem toch netjes in de kaart!"
Nog had Fox zijne insinuatiën niet voltooid, of we
hadden de plaats onzer bestemming reeds bereikt. Ner-
gens was een spoor van policie op te merken. Evenmin
was er eenige maatregel van voorzorg genomen. De trot-
toirs waren door eene tallooze menigte nieuwsgierigen
bezet; alleen het midden van de straat was vrij geble-
ven. In een ommezien was de spuit gereed om water te
geven en terwijl de luitenant onderzoek deed naar het
punt waar de brand het hevigst woedde, begonnen wij, Fox
en ik, den waterstraal tegen de vlammen te rigten.
Vlak tegen ons over stond een huis in volle vlam; de
vlammen hadden de ruiten doen springen en baanden
zich uit elke opening dwarrelend een uitweg. Plotseling
hoorde men uit de eersre verdieping hartverscheurende
kreten; eene witte gedaante verscheen als eene schaduw
voor de vensters en eene vrouwenstem riep om hulp.
Zonder dralen zette Green een ladder tegen den muur,
vloog naar boven en verdween te midden van den rook.
//Een duivelsch slimme kerel," fluisterde Fox mij toe.
//Hierheen, jongens! hierheen!" riep Rose en wij
rigtten den waterstraal op het punt waar Green verdwe-
nen was. Mijn hart klopte hevig; ik voelde mij gejaagd
en de onrust schroefde mij de keel toe.