Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
O mijn zoon — dacht ik — 'k had eene andere toekomst
voor je gedroomd! Misschien is het zóó beter; misschien
mist ge zin en genie voor politiek; misschien zijt ge niet
lenig genoeg om tot den rang van chef-de-hureau op te
Ivunnen klonteren;—de teerling is geworpen..,, ge zult
slechts millionnair zijn!
Ik betuigde Green mijn dank, waarop hij me in 't oor
fluisterde:
//We zullen het ook daar niet bij laten blijven, buur-
man! Ge kent Margaretha, mijn twaalfde kind, dat lieve
tienjarige poppetje? Welnu, ik heb mij in 't hoofd gezet
om er in een jaar of zes, zeven, mevrouw Henri Smith
van te maken. Tot dien tijd zullen we op hem en zijne
zaken het oog liouden; reken daaromtrent op mij!"
Dat was te veel! Ik, doctor Lefebvre — ik, een ge-
leerde en een der notabelen van Pai'ijs, ik zou de bond-
genoot van een Amerikaanschen kruidenier worden en
groote verpligting aan hem hebben? Ziet, ik ben een
vriend van gelijkheid; in één woord: ik ben Franschman,
en de beginselen van 1 789 zijn voor mij een Evangelie,
Men proclameere en afficheere die gelijkheid allerwege —
ik eisch dat zelf; men neme die gelijkheid in onze
wetten op — ik stem er in toe; de wetten worden toch
zelden of nooit toegepast — maar dat men die gelijkheid
feitelijk in het dagelijksch leven overbrenge, dat nooit!!
De man, die niets doet, zal altijd verheven zijn boven
dengeen, die zich door werken de vingers vuil maakt.
Reeds opende ik den mond om de aanbiedingen van
Green van de hand te wijzen, toen mijne vrouw aan de
zaak een einde maakte, door ons allen aan tafel te noo-
digen, waar de thee, het brood en de ham reeds gereed
stonden.
//Daniël!" — zei mijne vrouw, toen we allen plaats geno-
men hadden — vspreek dan tochTiet gebed uit!""
vLieve!" — antwoordde ik — //'k ben nog zóó onder den
indruk van de gebeurtenissen van dezen morgen, dat ik
niet weet wat ik doe; neem gij maar het woord."
Toen sprak ze ernstig en plegtig: