Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
(/Sints wanneer ik Susanne bemin, kan ik moeijelijk
zeggen," — antwoordde hij : //Mij dunkt, dat ik die liefde
bij mijne geboorte ten erfdeel ontving! Zeker is het, dat
ik haar reeds beminde, toen we te zamen school gingen
of speelden, zij nog een kind, ik reeds bijna een jonge-
ling. Sedert hebben wij zooveel met elkander gesproken
en gebeden, en heb ik de schoonheid harer ziel en het
beminnenswaardige van haar karakter zóó zeer leeren be-
wonderen, dat ik eindelijk tot de zelfbekentenis moest
komen, dat Susanne de vrouw was, die de Almagtige mij
op aarde heeft toegedacht. Toen Susanne zestien jaren
oud was geworden, vroeg ik haar of ze mij tot man wilde;
ze stemde er in toe..... en ziedaar de geheele geschiedenis
onzer liefde."
//Alzoo is het achting en vriendschap, die u trapsgewijze
geleid hebben tot datgene wat gij liefde noemt? Niets
onverwachts, niets verpletterends, geen poëzie, geen harts-
togt?"—vroeg ik zuchtende.
//Ik ben vier en twintig jaren oud," — hernam hij : //Ik
bemin Susanne; nooit beminde ik eene andere en nooit
zal ik eene andere beminnen dan haar; ik koester voor
haar meer achting dan voor iemand anders; ik stel haar hoo-
ger dan mij zei ven; is dat nu kalmte of hai-tstogt? ik weet
het niet, maar ik vertrouw, dat Susanne mij niet meer
zal vragen en dat ze mij veroorloven zal haar, op dezelfde
manier, geheel mijn leven lief te hebben."'
-/Zeer goed, mijn zoon! gij zijt een wijsgeer; gij zult
gelukkig zijn, gelijk gij dat verdient, en uwe kinderen
zullen talrijk wezen. En nu de geldkwestie?"
//Aanvankelijk bezat ik niets, hetgeen onze huwelijks-
plannen zeer in den weg stond. Ik was een en twintig
jaren oud, vast besloten om mij spoedig een baan te breken
en twijfelde geen oogenblik aan mijn goed gestarnte...."
//Ik begrijp je al! .Ie hadt zeker magtige beschermers.
Misschien had men je een goede betrekking aan een der
Ministeriën toegezegd. Was je vader soms gelukkig ge-
noeg geweest den neef van de nicht van een lid van den
senaat aan zich te verpligten?"