Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
blijven; ik heb ze al acht dagen geleden besteld. Loop
op den terugweg even bij den boekverkooper aan en
vraag om de laatste redevoering van den eerwaarden heer
Bellows: Over den vôlkstoestand, hoort ge! Het moet we-
derom een welsprekend en vaderlandslievend werk zijn;
mijn man zal het ons dan van avond voorlezen, — dat
kan hij zoo uitmuntend, niet waar Martha?"
Hoe zwak is niet ons hart! Ik gevoelde mij aangetrok-
ken en betooverd door die voor mij nieuwe muziek, die
in elke maat mijn naam en de namen mijner kinderen
terug gaf. Te Parijs, in Frankrijk, was het geheel anders.
Mijne vrouw was het toonbeeld van alle deugden, maar
hare buitensporige nederigheid maakte mij het leven wel
een weinig zuur. Te doen wat iedereen doethet devies
van mevrouw Lefebvre en de Hemel weet wat het mij
gekost lieeft, om gelijk iedereen te handelen! Om gelijk
iedereen te wonen, hadden wij appartementen gehuurd,
honderd en tien trappen hoog — 't is waar, dat die appar-
tementen een deel uitmaakten van een vorstelijk hôtel,
waarvan de concierge, die zich geen greintje om mij be-
kreunde, er een paar bedienden op nahield. Om gelijk
iedereen bediend te worden, bezaten wij een grooten scha-
vuit van een lakei, een (Ironkaard en een logenaar, ove-
rigens een prachtig stuk mensch met nog prachtiger
fluweelen broek en vuurrood vest, een kerel die me 't
haar van het hoofd kostte, alles averegts deed en vol-
strekt niet gedoogde, dat ik at, dronk en gekleed ging
naar mijnen smaak. Om gelijk iedereen gekleed te gaan,
behoefden mijne vrouw en dochter onzinnig dure kleed-
jes, en crinolines die ieder een rijtuig vulden en voor mij
slechts plaats lieten op den bok, naast den koetsier. Om,
eindelijk, figuur te maken gelijk iedereen, moe^t \k allerlei
invitatiën najagen en lieden vriendelijk begroeten, die ik
in het diepst van mijn hart verachtte. Zóó wilde het de
gewoonte, het gebruik. De hon ton eischte, dat men de
fortuin aanbad en zich ruïneerde ter wille van den schijn,
en ik wachtte mij er wel voor anders te doen dan ieder-
een ; dal zou immers origineel en excentriek geweest zijn.