Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
„Maak, als het u belieft, aan die belagchelijke scène
een einde," zeide zij: „Gij windt u zóó op, dat gij waar-
lijk niet meer weet wat gij zegt."
„Mevrouw I... Veroorloof mij u op te merken, dat deze
aanmerking in tegenwoordigheid van Henri, minst genomen
ongepast is."
„Och, kom! Gij hebt weder een aanval."
„Mevrouw I!... gij verliest de achting uit het oog die
men aan het hoofd des huisgezins verschuldigd is I Het
is meer dan noodzakelijk dat ik eindelijk mijn gezag
laat gelden. In spijt van uwe vooroordeelen en tranen,
zal ik, wiens oogen in Amerika zijn opengegaan, mijne
dochter des noods dwingen om niet te trouwen dan met
een man, dien zij waarachtig lief heeft; ik zal mijn zoon
dwingen om een onafhankelijk man en tegelijk een nuttig
staatsburger te worden; ik zal u zelve, Jennv, dAoingen....."
„Daniël: Gij raaskalt!"
„Neen mevrouw! Ik weet zeer goed wat ik zeg; ik
wensch u eens en voor altijd te leeren dat ik de heer
des huizes ben!...."
„Goddank! daar is de doctor!" gilde Jenny en barstte
in een vloed van tranen uit.
Doctor Olybrius trad binnen en met hem de kolonel
Saint-Jean en de advocaat Reynard. Wat had dit nu we-
der te beteekenen?
„Wel, doctor Lefebvre, hoe gaat het?'', vroeg Olybrius.
„Met mij? opperbest."
„Des te erger, confrère. Die Jonathan Dream heeft u
met zijne opium-pillen bijna vergiftigd en na acht dagen
ziekte is het onnatuurlijk dat gij u zoo op^^rèesi gevoelt."
„Zeg dat niet,'' zei de kolonel: „Die Lefèbvre is een
vent van ijzer, Sacrebleu! Er zit de stof in van een ku-
rassier."
„Gij bedriegt u in uwe diagnostiek," zei ik tegen Oly-
brius: „Ik stem echter gaarne toe dat de dwaling ver-
schoonbaar is, uit aanmerking van de zeldzaamheid van
het geval. Ik ben volstrekt niet vergiftigd door opium-
pillen; maar men heeft mij gemagnetiseerd, in dien toe-