Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
178
ziel ill twee ligchamen? Welk eene verwarring, welk
een chaos!
— Verwenschte Jonathan, dacht ik, ik wou dat de dui-
vel je haalde, niet het spiritisme er bij!
Plotseling werd alles mij echter duidelijk I Had Jona-
than mij niet gezegd dat ik alléén het herinneringsver-
mogen van de gebeurtenissen der laatste dagen behou-
den zou? Jenny was kennelijk de speelbal harer onbe-
kendheid met datgeen wat met ons was voorgevallen.
Indien er iemand was die hersenschimmen af te schudden
had, dan was zij het I
Die overweging gaf mij de kalmte terug waaraan ik
zoozeer behoefte had.
//Ga niet op den schijn af," zei ik tegen Jenny: //Uw
Olybrius is een gek: ik ben geen enkel oogenbiik ziek
geweest. En wilt ge daarvan het bewijs? Mijn pols heeft
niet meer dan'vijf en zestig kloppingen; ik sterf van
den honger en zal opstaan en ontbijten, dan kunnen we
de zaak nader bepraten."
In plaats van te antwoorden, barstten de twee vrou-
wen in tranen uit. Susanne viel mij om den hals en
zeide snikkende:
//Papa.' doe ons toch geen verdriet aan; wacht op den
doctor I"
//Dat zal ik zeer gaarne doen," antwoordde ik: //maar
niet te bed liggende en evenmin zonder ontbeten te heb-
ben. Ik ben immers zelf geneesheer en geef je op mijn
woord van eer de verzekering dat ik mij nooit beter heb
gevoeld dan thans! Ik wil je overigens geen verdriet
aau doen —, dat weet je wel; ben je derhalve bevreesd,
roep dan maar even onzen huurmaan Rose; dat is ook
een deskundige."
De voorgestelde transactie werd aangenomen —, en
een oogenbiik later trad Rose binnen, maar zoo statig
en plegtig, dat ik mij van lagchen niet kon onthouden.
//Dag, oude vriend !" zei ik terwijl ik hem de hand reikte.
//Zeer veel eer," antwoordde hij en nam plaats'naast
mijn bed.