Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
172
alles een droom, spaar mij dan, ik smeek u er om, het
ontwaken!"
„Bravo!" grijnsde de duivel, „ik ben gewroken! Kom
aan I Terug naar Frankrijk, terug naar Parijs!"
Ik voelde hoe zijne hand zich onder mijn mantel door
naar mijn hoofd uitstrekte. Wild sprong ik overeind; ik
wilde om hulp schreeuwen.... vruchteloos I Ik was gemag-
netiseerd. Een onzigtbare arm greep mij bij de eenige
vlok haar, die mijn schedel nog sierde, hief mij om-
hoog en sleurde mij in duizelingwekkende vaart door
het luchtruim. Eer ik het wist, zweefde ik boven mijne
woning. De verrader, die mij in zijne magt had en mij
van het spraakvermogen beroofde, daalde met mij neder
tot aan een der ramen. In de kamer zat mijne Jenny,
mijne Susanne en Martha, om een werktafeltje. Zambo
zat in een hoek van het verlrek op den grond en schreide.
Susanne las met eene door tranen verstikte stem een
kapittel uit den Bijbel voor; Jenny en Martha knipten
zwachtels en vervaardigden pluksel.
Mijn hart bonsde van aandoening en in den geeste
sprak ik eene zegening over haar uit. Dadelijk hief Jenny
het hoofd op en zeide met trillende lippen:
„Susanne! Het is alsof ik de stem uws vaders hoor!
Ik ben er zeker van, dat hij op dat oogenblik aan ons
denkt!"
„Moeder!" antwoordde mijn kind: „wat gij daar zegt
grenst aan het bovennatuurlijke; ook ik had een gevoel
alsof vader in onze nabijheid was!"'
„Dat is eene uitwerking van het magnetismus," fluis-
terde Jonathan mij in het oor en lachte daarbij regt
onheilspellend.
„Mijn God!" zeide Jenny, terwijl zij de handen vouwde:
„Gij, die mij Daniël gegeven hebt. Gij, die mij gezegd
hebt, hem lief te hebben, bescherm hem! Wendt gevaar
en dood van hem af. Voer hem behouden tot ons terug.
Maar bovenal, goeclertierend Vader in den hemel, dat
Uw wil geschiede en Uw naam gezegend zij."