Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
nel, stond kapitein Rose met zijne acht zonen en de vier
beeldschoone knapen van Green. De tot luitenant bevor-
derde Fox hield eene redevoering tegen de hem om-
ringende manschappen en eischte met woedend misbaar
den kop van al de zuidelijken. Allen zagen er volstrekt
niet uit als soldaten van beroep; het waren burgers,
vast besloten om, moest het zijn, voor hun vaderland
te sterven, en dat sprak zoo duidelijk uit blik en hou-
ding, dat ik moeite had een traan van aandoening te be-
dwingen.
„Buurman," zei Rose tot mij: „wij rekenen op u. Ons
regement heeft behoefte aan een chirurgijn en de man-
schappen hebben u daartoe met algemeene stemmen ver-
kozen. Zijt gij bereid?"
„Gaarna!" antwoordde ik en bevestigde dat met den
uitroep: „Leve de Unie! Leve het Vaderland!"
Die kreet werd door het geheele regement met geest-
drift herhaald, waarna ik met opgeheven hoofd en vlam-
menden blik mijne woning binnentrad, om de noodige
toebereidselen tot de afreis te maken. Jenny wierp zich
schreijende in mijne armen, maar trachtte mijn besluit
door geen enkel woord aan het wankelen te brengen. Niets
was in haar oog natuurlijker, dan dat de vader den zoon
naar het slagveld vergezelde en dat alléén de vrouwen
en infirmen te huis bleven. Susanne spreidde niet min-
der vastheid van karakter ten toon; de bleekheid van
haar gelaat verried hare gemoedsbeweging; hare lippen
bewogen zich tot een stom gebed; hare oogen waren
hemelwaarts gerigt; maar geen woord ontsnapte haai wat
den moed van Alfred aan het wankelen had kunnen
brengen. Dierbre vrouwen! Ook zij hadden haar vader-
land lief en begrepen wat de pligt ons gebood.
Toen het uur van scheiden geslagen had en ik met
Henri en Alfred de woning verlaten zou, omhelsde Jenny
ons met teederheid, maar met zelfbeheersching. Susanne,
aan eene hevige gemoedsbeweging ten prooi, drukte ons
zwijgend een bijbel in de hand. Martha had, volgens hare
liefelijke gewoonte, een preek gereed gemaakt, maar de