Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
163
zemde, mij niet meer antwoorden. De misdadiger werd
veroordeeld en de zitting van liet hof gesloten.
Een der leden van de jurv kwam daarop naar mij toe
en drukte mij de hand. Het was een beroemd rede-
naar, een groot vernuft, die in het congres zijne tegen-
standers menigwerf tot zwijgen had gebragt wanneer zij
het grootste gelijk van de wereld hadden. De goed-
keuring van dien man verhoogde mijne zegepraal in niet
geringe mate; het was dan ook met kwalijk verborgen
blijdschap, dat ik zijne gelukwenschen ontving.
//Uwe bewonderenswaardige uitvinding heeft mij waar-
lijk betooverd!" zei mijn nieuwe vriend: //Bij de
eerste de beste gelegenheid hoop ik u na te volgen, en
niet minder geluk te hebben dan gij. Een man bij zijn
geboorte aan te grijpen, de ondeugd bij hare ontkieming
bloot te leggen, en haar, in hare algeheele ontwikkelings-
periode gade te slaan en te volgen, — 't is bewonderens-
waardig.' Ik geloof niet dat iemand ter waereld onge-
schonden uit zulk eene historische vuurproef te voorschijn
kan treden. Met uw procédé maak ik mij sterk te bewijzen,
(lat Cato een schurk en Socrates een inbreker was!"
//De vinding is niet van mij," antwoordde ik met
passende nederigheid.
//Dat doet uwe zedigheid u zeggen," hernam hij : //iiooit
is hier te lande zoo subtiel geredeneerd als straks door
u. Het is een nieuw oudere eel der logica, waarvan de
ontdekking u tot de grootste eer verstrekt. De Yankees
zijn ruwe, onontbolsterde lieden, die de misdaad en niet
den mensch vervolgen; voor u daarentegen is de mis-
daad, het corpus delicti, niets, de mensch alles. Bestaat
er geen corpus delicti, wat doet het er toe? De vraag
is : bestaat er grond voor het vermoeden, dat de beschul-
digde in staat te achten is eene misdaad te bedrijven
van gelijken aard als die, waarvan men hem beschuldigt?
Met uw stelsel komt men altijd tot een bevestigend ant-
woord. De beschuldigde heeft dan het vermoeden van
schuld tegen zich, en bovendien : heeft hij die misd.'iad
niet bedreven, dan heeft hij dan toch ongetwijfeld in zijn
10*