Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
162
lag en derhalve onmagtig was zijn boos opzet te vol-
voeren I"
Terwijl alle aanwezigen aan mijne lippen hingen, hield
ik het oog op den beschuldigde gevestigd, die zich
kromde onder de geeselslagen die mijne welsprekendheid
hem toedeelde. Verpletterd door mijne verwijten, buiten
staat om langer wederstand te bieden aan de inspraak
van zijn geweten, stond de beschuldigde plotseling op en
riep met heesche stem :
//President! Indien dat nog lang zoo moet voortduren,
dan verklaar ik dat ik er mijn bekomst van heb! Ik ben
schuldig aan wat men mij ten laste legt en w^il liever
mijn vijf jaar in de doos doorbrengen, dan langer naar
die meneer te moeten luisteren!"
//ÏLampzalige," kreet Fox: //waar denkt gij aan I Trek
dadelijk die onheilspellende woorden terug!"
tfNeen!" zei de boef: //Neen! Die meneer hangt me
de keel uit. Ik wil liever opgehangen worden dan lan-
ger naar hem te moeten luisteren!"
//Beschuldigde," — zei de president: //Bedenk u rijpe-
lijk voor gij eene verklaring aflegt die u in het verderf
stort. Bedenk, dat indien gij in koelen bloede herhaalt
wat gij zoo even in drift hebt uitgeroepen, voordejury
niets anders overblijft dan uwe vonnis uit te spreken."
//Ik dank u meneer de president," — hernam de kerel:
//Gij zijt een goed mensch; gij vertrapt een arme aard-
worm niet die in de verknijping zit. Wat wilt gij? Ik
ben altijd een ongeluksvogel geweest. Als ik op den rug
val dan ben ik er zeker van den neus te breken!
De zaak ligt er nou eenmaal toe. Ik heb gestolen en
douwen jullie me nou maar in de doos. Maar wat ik,
toen ik nog zoog, an m'n moeder heb gedaan, of dat ik
op school een luilak ben geweest, dat raakt de procureur-
generaal niet! Waar bemoeit die vent zich meê?"
Mijne zegepraal was eene volledige. Verwonnen, meer
nog door mijne welsprekendheid dan door zijn geweten,
bekende de misdadiger schuld. Tot overmaat van geluk
mogt iox, wiens scherpe tong mij zeker ontzag inboe-