Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
ging te worden! —r, 't was om van verontwaardiging te
stikken ! Indien dat de geregtigheid is waarop de Yankees
steeds zoo geweldig snoeven, dan weet ik zelf niet meer
wat geregtigheid is. In het geheele beschaafde Europa
zal men iets dergelijks niet terug vinden!
Maar er was nog veel meer wat mijne verbazing ten top
zou voeren.
Het getuigenverhoor ving aan. Ik verwachtte natuur-
lijk dat de getuigen door den president, in overeenstem-
ming met mij, zouden worden ondervraagd. Het tegendeel
gebeurde! De president bewaarde het stilzwijgen alsof
hij een stroopop was; de beschuldigde sprak evenmin een
enkel woord. Ik achtte het noodzakelijk hem te onder-
vragen, maar toen ging een algemeene kreet van veront-
waardiging op, die mij andermaal leerde, dat de Ameri-
kaansche strafwetgeving slechts de boeven in bescherming
neemt. Wanneer men den president van het hof en den
beschuldigde daar zoo roerloos en zoo sprakeloos zag zitten,
dan zou men waai-lijk geloofd hebben, dat al wat er voor-
viel hen volstrekt niet aanging of dat zij de kampregters
waren, die over den strijd uitspraak hadden te doen. De
strijders, of liever de slagtoffers, waren in dit geval de
getuigen, die op genade of ongenade aan de verdediging
werden overgeleverd en die door haar werden ondervraagd,
gelogenstraft en berispt op eene wijze, die mij het bloed
naar het hoofd joeg. Het was, alsof de beschuldigde als
getuige diende en de getuigen beschuldigden waren.
Een der vragen, die Fox tot de getuigen rigtte, scheen
mij zóó ongeoorloofd toe, dat ik het woord nam om te
verklaren, dat ik niet kon gedoogen, dat de getuigen op
soortgelijke vragen zouden antwoorden.
wMet welk regt gedoogt gij dit niet?" — riep Fox,
bleek van gramschap.
//Gij vergeet," antwoordde ik hooghartig: /idat ik u
geen verantwoording schuldig ben; ik ben de vertegen-
woordiger van den staat!"
//Wat is dit nu weder voor eene nieuwe chimère?"
bulderde Fox : //Binnen deze muren is er geen Staat.