Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
Er ontstond na deze verklaring eene diepe, plegtige
stilte in de geregtzaal.
Met majesteit stond ik op, plaatste mijn gouden lorg-
non op den neus, hoestte pligtmatig drie malen, nam de
blaadjes met aanteekeningen, die ik uit mijn zakboekje
gescheurd had, in de linkerhand, strekte den regterarm
sierlijk uit en sprak met het diepste stemgeluid dat ik
vinden kon, langzaam het volgende:
!,Mijnheer de President!
!/Mijne Heeren de Gezworenen!
uNemo auditur perire volens: men luistert niet naar de
//Stem van hem die sterven wil! — Ziedaar een dier groote
//en heilzame stelregelen, die onze eerbiedwaardige voor-
houders ons in hunne diepe wijsheid achtergelaten heb-
//ben —, eene wijsheid, die verre verheven is boven de
//dwaze wetenschap en de ijdele wanbegrippen van den
//tegenwoordigen tijd. Nemo auditur perire volens —, dat
I/is een stelregel, die niet slechts uitgedacht is om den be-
//schuldigde tegen zijn eigen wanhoop in bescherming te
//nemen, maar ook om aan de maatschappij de geregte
//voldoening eener regtmatige wraak te verschaften.
//Ja, Mijne Heeren! —, wanneer eene afschuwelijke
//misdaad bedreven is; wanneer onze jeugdige, door den
//ijver en het genie harer bevolking onnavolgbare stad—,
//wanneer, zeg ik, onze stad, dat hedendaagsche Rome, ja,
//nog duizendwerf fraaijer en grootscher dan het Rome
//der Cesars, op een goeden morgen wakker wordt ge-
//Schud door de schrikverwekkende tijding, dat een dier
//Vreeselijke misdaden bedreven is, die de ongeloofelijke
//Verbastering aanduiden, welke de vergiftigde vrucht is
,/eener beschaving, die door de omwentelingen en het dag-
//bladgeschrijf verdorven is —, dan, mijne heeren, moet
//de geregtigheid, die altijd waakt, eene heilige zending
//vervullen, eene zending, die even moeijelijk als verheven
//is. En daartoe, mijne heeren, beschik ik niet over de
//onovertroffen welsprekendheid van hem, die anders deze
»plaats vervult; maar ik gevoel mij gesteund door de