Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
hinson met Vrijdag, Werther met Charlotte en Tom
Jones met Sophia niet bestaan hebben ? Hoe! de mensch
kan in de bewerktuigde wereld geen stofdeeltje vervaar-
digen en gij veronderstelt dat hij zielen zou kunnen
scheppen—, zielen, die onsterfelijk zijn?
— Wat blieft u ? Heeft de doorluchtige Don Quichotte
werkelijk geleefd? en zou ik, door zijnen geest op te
roepen, een gesprek kunnen voeren met den wijzen pro-
feet van het eiland Barataria?
— Ongetwijfeld! Begrijp dan toch eindelijk wat het
wil zeggen poëet te zijn! Een poëet is een ziener, is een
profeet, die zich tot de onzigtbare wereld weet op te
heften. Uit de millioenen wezens, die op deze aarde heb-
ben verwijld zonder bij ons eenige herinnering achter
te laten, zoekt hij hen uit, die hij in den geest wil
doen herleven. Hij roept ze op, hij spreekt tot hen,
hij luistert naar 't geen zij hem antwoorden en schrijft
onder hunne ingeving. Hetgeen door de domme mensch-
heid wordt beschouwd als eene vinding van den dichter,
is niets dan de confessie van een onbekenden doode.
Maar gij, spiritist, of die u dien naam aanmatigt, hoe
komt het, dat gij het bovennatuurlijke niet herkend hebt?
Hoe komt het, dat gij u naar het voorbeeld der groote
menigte op het dwaalspoor laat brengen? Zijt gij dan
zóó weinig gevorderd in onze wetenschap?
Zóó sprekende, wierp Jonathan Dream het hoofd in
den nek, bewoog de armen in allerlei bogten, sloot en
opende beurtelings de handen en trad op mij toe, als
wilde hij mij met een magnetischen stroom verzadigen.
— Confrère, antwoordde ik, in spijt van uw spiritisme,
zijt gij een verstandig man; ik twijfel er zelfs niet aan
of gij zoudt ten behoeve van uw oratorium een redevoe-
ringje k la Don Quichotte of eenige zegswijzen ä la
Sancho kunnen improviseren. Maar thans is uw audito-
rium afwezig; buiten ons bevindt zich niemand in deze
kamer; wij beiden zijn gewoon achter de coulissen te
gluren; wij hebben alzoo het regt, elkander flink in de
oogen te zien, zelfs om elkander uit te lagchen. Laat