Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
<lie ingezetenen of menschen Christenen zijn en indien
hunne moraal eene christelijke is, hoe zou dan de goed-
keuring die zij aan de openbare zedeleer, dat wil zeggen
aan 'slands wetten, geven, den Heer kunnen verlooche-
nen? Mattheus zeide het reeds: //Een goede boom kan
geen slechte vruchten dragen!"
//Onvoorzigtige ! Hoe kunt gij gelooven, dat het Evan-
gelie er niet door lijden zal, wanneer de Staat ieders ge-
loof eerbiedigt?"
//Gij zelf, doctor, schijnt al zeer weinig geloof te be-
zitten. Bedenk toch, dat het Christendom nooit heerlijker
en sterker geweest is, dan toen het de geheele wereld
tegen zich had. Werp een blik om u heen en gij zult
ontwaren, dat nergens de godsdienst zoo diep in de
maatschappij is doorgedrongen, dan in Amerika —, en
toch bemoeit de Staat er zich niet mede; hij ignoreert
haar ten eenemale. Leg de ziel aan geen kluisters; om-
geef haar niet met de duisternis, die haar ten verderf
voert; laat haar vrij —, en ge zult zien, dat zij zich tot
God wendt!"
//In ieder geval zult gij mij evenwel moeten toegeven,
dat de Staat niet iederen geloofs-ijveraar, die eene nieuwe
kerk verkiest te openen, geldelijk ondersteunen kan!"
„Ik verlang, dat de Staat geen enkele kerk subsidiëere.
Met welk regt zou de Staat dat doen? Heeft de Staat
ander geld dan het onze? Hoe! de Jood zou de Kerk de.'
Christenen ondersteunen, opdat men hem uit dankbaar-
heid zou verwijten, dat hij Christus gekruisigd heeft?
Hoe! ik zou de Unitarissen geld geven, die mij de God-
delijke afkomst van Christus strijdig maken? Welk eene
ongeregtigheid! Welk een inbreuk op ieders geloof! Welk
eene zonderlinge rol deelt gij bovendien den Staat toe!
Wanneer de burgerlijke wetgever verklaart, dat de gods-
dienst niet tot zijne competentie behoort, dan proclameert
hij van zelf vrijheid van geweten; reeds door zich niet
te mengen in de godsdienst, geeft hij blijk Christen te
zijn. Veronderstel nu, dat hij tien verschillende en elkan-
fler vijandige godsdiensten in bescherming neemt, zal dan