Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
entegen die tweede faculteit, dan zouden wij allen het-
zelfde moeten geloven, even als wij op een en dezelfde
wijze ademhalen. Zóó ver is het evenwel nog niet geko-
men en ik dank er God voor, die aan ieder de vrijheid
gaf Hem te miskemien, om ieder tevens het regt te geven
Hem te aanbidden. Die vrijheid, die u schrik inboezemt,,
is ons heerlijkst erfdeel; zij is het, die van de godsdienst
een werk der liefde en van het geloof een deugd maakt!"
vNaaman ! uwe leerstelling is die der anarchie I Gij ver-
nietigt de schoonste droom der menschheid. Eén geloofy
één wet, één koning, dat was reeds het tooverwoord der
middeneeuwen, dat ieder mensch nog in 't diepst zijns
hartemet zich omdraagt. Wat biedt gij ons inrnil? Niets
dan chaos en verwarring. Wat is eene kerk, waarin ieder
eene andere taal spreekt en niemand die zijns naaste
verstaat?'*
./Even als gij, doctor, verdedig ik het eenheids-beginsel.
Christus heeft ons gezegd, dat de dag komen zal waaroj)
er maar ééne kudde en één herder zijn zal, en ik geloof
hl de woorden van Christus. Maar eenheid is geen een-
vormigheid. Beschouw de natuur: wat bewonderingswaar-
dig geheel ! En toch is er geen boom, geen plant, geen
bloem —, wat zeg ik —, geen stroohalm en geen stof-
deeltje, die op elkander gelijken. Waarom zou nu de
groote natuurw^et, niet de wet der menschheid zijn ?
Waarom zou de stem van ieder mensch niet haar plaats
mogen hebben in dien oneindigen lofzang, dien de aard«^
tot den Heer opzendt? Wat is naast die vruchtbare har-
monie, de onvruchtbare eentoonigheid van een enkele
noot? Daarom vraag ik slechts naar /leyè^e en bekreun mij.
niet om het symbool. Het regiment waarbij gij ingelijfd
zijt, is mij onverschillig; als gij voor liefde en waarheid
strijdt, dan is uw banier ook de mijne!"
//Bravo, Naaman!'' riep Truth: //bekeer mij dien
heiden!"
//Een heiden? dat zijt gij zelf!" riep ik uit: „Ik geloof waar-
lijk dat ik hier juist de eenige Christen ben! Terwijl gij de
godsdienst in flarden scheurt en haar aan de grillen van den