Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
schil in zien en van de zwakheid onzer oogen, ons ge-
heel en al het gezigtsvermogen kunnen ontzeggen. Dat
ware dezelfde logica, hetzelfde sophisine. In de weten-
schap oordeelt ieder vrijelijk en ieder eigent zich daar-
van die mate toe, welke voor hem door rigting en bijzondere
omstandigheden bereikbaar is; ziet men nu dat de weten-
schap door zóó veel verschil van opvatting en zoo ongelijke
verdeeling ten gronde gaat ? Immers neen I De physica,
de natuurleer, bezit geen enkele tliéorie, die haar niet ie-
deren dag wordt strijdig gemaakt; zoudt gij evenwel dur-
ven ontkennen dat er eene physique waarheid bestaat?"
//Die vergelijking gaat mank. Wat is er van de phy-
sica van voor dertig jaren overgebleven? Wat gisteren
waarheid was, wordt lieden als dwaling aangewezen."
//Neen, doctor! De dwaling van gisteren is gevallen,
gelijk de doode bladeren van den boom der kennis en
waarheid. De waarheid zelve is onveranderd dezelfde ge-
bleven, want zij vertegenwoordigt in dit geval de kennis
der natuur en de natuur verandert niet."
//Toch zult gij mij moeten toegeven, dat waarheid op
iiet punt van godsdienst ons op een geheel ander terrein
verp aatst."
i/Al zou ik u die stelling toegeven, die zeer voor be-
strijding vatbaar is, dan kwamen wij er niet verder door.
Wat wij ook te beoordeelen hebben, wij hebben slechts
onze oogen om te zien, ons verstand om te oordeelen.
Van welken aard eene waarheid ook wezen moge, hebben
wij niets dan onze hersenen om haar te omvatten. Zoude
onze ziel eene tweeledige zijn? Om de waarheden der
natuur te ontdekken, schonk God ons de faculteit van
rusteloos onderzoek, de rede. Zou nu nog eene andere
faculteit in ons wonen, die, zonder persoonlijk onderzoek,
de waarheid der godsdienst in zich opnam, even als een
spiegel het voorwerp dat zich voor het glas plaatst? Indien
deze laatste faculteit in den mensch niet bestaat, dan is
alle verschil in golsdienst slechts conventioneel, — het
gevolg van geboorte, opvoeding, landaard, ouderdom en
meer of minder gemis aan eigen onderzoek. Bestaat daar-