Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
IJw evangelie verkondigt bewonderingswaardige leerstel-
lingen ; ik weet het en veroordeel dan ook niet het geloof
om het gedrag zijner belijders. De woorden en het lijden
van Christus hebben mij tot in het diepst der ziel ge-
troffen. Maar men heeft mij nu eenmaal in andere denk -
beelden opgevoed. Twintig jaren geleden heb ik mij aan
een leven van armoede gewijd, dat mijn aardsch omhulsel
steunt en mijne ziel troost schenkt. Even als gij. Chris-
ten, heb ik het geloof mijner vaderen bewaard; even-
min als gij kan ik hen dwaling en bedrog ten laste leggen.
Wie van ons beiden bewandelt een dwaalweg? Wie onzer
heeft de waarheid aan zijne zijde? Ik weet het niet, maar
verlang niets liever dan te leeren en licht te verwerven
in de duisternis. Weg derhalve met alle maatregelen van
dom geweld; weg met alle onwetendheid, maar ook met
alle geringschatting. Laat aan alle godsdiensten haren
vrijen loop; laat de rede, die ons door den Opperbouw-
heer des Heelals zelf gegeven is, haar werk doen. De
duisternis zal wel altijd voor het heldere daglicht moeten
wijken. Aan haar zelf overgelaten, zal die godsdienst, welke
haar ontstaan aan menschen te danken heeft, wegsmelten
en vergaan gelijk de sneeuw voor de zon —, terwijl de
godsdienst, die uit onzen Hemelschen Vader voorspruit,
zich gelijk een eik zal oprigten om geheel de aarde met
zijne takken te beschermen. Stel de wereld open voor het
vrije woord; ik geloof in de vrijheid, omdat in vrijheid
waarheid is!"
//Gij..... gij zijt niets dan een domme Chinees!" —
antwoordde ik en mij met majesteit verwijderende, liet ik
dien heiden, door mijne meerderheid verpletterd, bij zijne
afgodsbeelden achter.