Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
'Zonde. Mcnar hij had geleden en^ nagedacht, hij was een
mensch geworden.
Hij ving aan met den lof te verkondigen van de vrijheid
en betuigde daarna aan de methodisten zijne erkentelijk-
heid voor de wijze waarop zij voor hunne geestelijkheid
zorgen. //Maar,'" zoo vervolgde hij met eene mengeling
van ongekunsteldheid en slimheid: //maar op dien zoo
goed verzorgde geestelijke rust tegenover de negers, die
hem gekozen hebben, eene schuld — de waaiheid! Luis-
ter naar 't geen de waarheid mij noopt u te zeggen. De
neger is goedhartig, zijne hand is mild; dat is braaf, dat
is christelijk, maar somtijds drijft hij de vrijgevigheid
zoo ver, dat hij zijne ziel daardoor in gevaar brengt. Gij
werpt mij tegen: //uooit hebben wij iets dergelijks ge-
hoord. Men houdt ons steeds voor oogen dat men zijne
ziel bezoedelt, wanneer men toegeeft aan gierigheid, wan-
neer men zich laat medesleepen door de hebzucht; maar
v\ie heeft ooit geleeraard (lat een mensch verloren gaat
door overmaat van milddadigheid?" Mijne Broeders, ik
zal ze u leeren kennen die gevaarlijke mildhei<l: zij is
die, welke gij in de kerk uitoefent op het oogenbiik waar-
op gij naar de preek luistert.
//Indien ik de gramschap of de behaagzucht, de dron-
kenschap of de ongebondenheid veroordeelde, zou dan elk
uwer die les voor zich zelf aannemen? Zou hij er zijn
voordeel mede doen? //Goed getroffen," zou een dier man-
nen zeggen die zich aan sterken drank te buiten gaan :
//ik herken het portret van den dronkaard; de geestelijke
spreekt klaarblijkelijk van mijn neef Samuel." — //Heel
goed!" zou eene dier vrouwen zeggen die voor een nieuw
gewaad hare echtgenooten tot leugen en bedrog aanzetten ;
/s/de predikant heeft wel gelijk dat hij de ondeugden mij-
ner buurvrouwen ontmaskert. Pak aan, jufvrouw Debo-
rah ! Pak aan, jufvrouw Rebecca! Alles slaat op u, niets
op mij." En aldus, mijne broeders en zusters, behoudt gij
van mijne woorden niets voor u zelf; het eerste derde-
deel geeft gij uwen naasten, het tweede aan uwe vrien-
den, het laatste aan uwen man of uwe vrouw. Zoodoende