Boekgegevens
Titel: Parijs in Amerika
Auteur: Laboulaye, Édouard René Lefebvre; Falkland, Samuel
Uitgave: Rotterdam: Nijgh, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 69-50
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203708
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Parijs in Amerika
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
,/Dat was verstandig," zei ik: »gij hebt werkelijk rust
noodig."
j/Rust?" hernam hij: //Dat woord staat niet in de dic-
tionnaire van den Amerikaan. Jong of oud, ziek of ge-
zond, — de Amerikaan arbeidt altijd, arbeidt tot op zijn
doodbed; dat is de pligt van den man, van den Christen.
De Congregationalistische gemeente van de Acacia-straat,
heeft mij tot haren leeraar aangenomen; morgen treed
ik in functie."
//Heden dagbladschrijver, morgen geestelijke,— veran-
dert gij met den dag van beroep? Wie weet wat gij
overmorgen zult zijn!"
//Dat doet niets ter zake. Humbug was beurtelings
planter, soldaat, advocaat en journalist. Morgen is hij
magistraat. En gij zelf, doctor? Eergisteren waart gij
geneesheer, gisteren pompier en heden kandidaat; mor-
gen zijt gij inspecteur der straten en wegen! Die ver-
anderlijkheid waar het pas geeft, is juist een der hoofd-
deugden van den Amerikaan. In het oude Europa wordt
men geboren en sterft men in een en dezelfde huid; men
is er geheel zijn leven soldaat, regter, advocaat, koop-
man, fabriekant —, nooit is men er mensch. Wat men
eenmaal in de maatschappij is, dat blijft men, en men bezit
slechts de enge begrippen en de vooroordeelen van het
beroep of bedrijf, dat men uitoefent. In Amerika daaren-
tegen verandert ieder van uiterlijke gedaante waimeer
zijn belang dit medebrengt, of het beroep of bedrijf dat
men verkoos, geene genoegzame vooruitzigten blijkt te
openen. Daarin ligt de kiem van het stelsel van gelijk-
heid, dat onzen roem en onze kracht uitmaakt. Clay was
vroeger molenaar; Douglas en Lincoln waren paciiters
in Illinois; generaal Banks begon zijne carrière als fa-
briekarbeider —, allen zijn mannen geworden, omdat zij
veel gewerkt en veel geleden hebben. Wie tegen het
leven niet gestreden heeft, weet niet wat het leven is.
De worsteling tegen den loop der dingen, schenkt wils-
kracht en vormt het hart. De aristocratie schenkt der
maatschappij slechts ziekelijke, verweekte zielen. De par-