Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
/
is liet, wat men de middelpuntschuwende^ middelpuntvliedende of ook wel tangen-
tiale kracht noemt. De poging, die in ons geval, de hand aanwendt, teneinde
den bal om het middelpunt te houden en er hem, als het ware, heen te trek-
ken, geeft men gewoon!yk den naam van middelpunttrekkende kracht.
Bij alle ligchamen, die zich in een'cirkel bewegen, niet één uitgezonderd, is !
de middelpuntvliedende kracht aanwezig; en er is altijd iets noodig, het/ij een
draad, hetzy eene aantrekkende kracht, hetzij eene wederstandbiedende vlakte,
die belet« dat het bewegende ligchaam zich van het middelpunt der beweging
verwijdere.
Neemt een bierglas, tot op de helft met water gevuld, plaatst dat op de binnen-
zijde van eenen breeden hoepel; men kan dezen nu in de rondte slingeren, zoo-
dat het glas, boven aangekomen, geheel het onderste boven staat: het valt in
dien stand evenmin uit den hoepel, als het water uit het glas. De middelpunt- S
vliedende kracht is hiervan de oorzaak; want het glas, van het middelpunt der
beweging, of van het punt, waarom ik den hoepel doe ronddraaijen, willende
wegvlieden, wordt hierin door den hoepel belemmerd, en drukt alzoo sterk te-
gen diens binnenzijde. Eveneens is het met het water gesteld, dat door de wan-
den en den bodem van het glas wordt opgesloten gehouden, en ten gevolge der
middelpuntvliedende kracht niet over den rand kan henen storten, maar in-
tegendeel sterk tegen den bodem van het glas drukt.
Legt in een' bak een' bal; doet hem een' cirkel beschrijven; en gij xult zien,
dat de bal zich van het midden des bodems verwijdert, en bestendig rondom de
schuin opstaande wanden beweegt. Hoe sneller de bak wordt rondgevoerd, hoe
hooger de bal klimt. Hij drukt zelfs zoo sterk tegen de wanden, dat men op
deze wijze dikwerf sommige zaadsoorten kneust of breekt, gebruikende dan daar-
toe eenen ijzeren bal of kogel.
De kracht, waarmede het bewegende ligchaam zich van het middelpunt tracht
te verwijderen, is dikwijls zeer aanzienlijk. Men kan deze door wiskunstige
berekeningen, die voor deze beginselen te ingewikkeld zouden zijn, en ook door
proeven bepalen. Die berekeningen en proeven hebben de volgeude waarheden
aan het licht gebragt.
1'. Gelijke gewigten of massaas, met dezelfde snelheid, op gelijken afstand ab
(fig. 27) van het middelpunt a bewogen, bezitten dezeljde middelpuntvliedende kracht,
2'. Als gewigtci\ van verschillende zxvaarte op gelijke afstanden van het middel-
punt met dezelfde snelheid worden rondgevoerd, zoo zijn hunne middelpuntvliedende
krachten tot elkander als hunne massaas. Is derhalve de eene massa 6, de tweede
18 pond, dan heeft de laatste onder de gesteldevoorwaarden driemaal zoo veel
middelpuntliedende kracht als de eerste. Van daar dat een zware steen, in de
boN engenoemde slingerkoord geplaatst, sterker aan de koord trekt, of de koord
sterker spant dan een ligte
3'. Indien ligchamen van gelijke zwaarte zich op verschillende afstanden van het
middelpunt bewegen, en de ongelijke cirkels, daardoor ontstaan, in gelijke tijden door-