Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
wigten men O zullen dien ten gevolge omtrent de lOO^t part van desnelhe/d der
vrijvallende ligchamen, dat is van 4,9 el in de seconde, bezitten, en dus niet meer
dan 49 strepen lengte in eene seconde doorloopen. In tien seconden tijds
zal de weg, door hen afgelegd, slechts 10 X 10 100 maal 49 strepen, dat
is, nog geene 5 el zijn, eene snelheid, waarbij men gemakkelijk waarnemin-
gen doen kan, en daarenboven de wederstandbieding der lucht kan verwaar-
loozen.
Ten einde nu de doorgeloopene lengte te meten, is er aan den stijl a e een
verdeeld liniaal of eene schaal gehecht, waar langs zich de gewigten m en n be-
wegen. Deze stijl heeft ook nog twee schuiven ƒ en Dc eerste heeft eene ring-
vormige opening en laat het gewigt m vrij door zich henen vallen, terAVijl zij
het gewigtje dat een' grooteren omtrek heeft en los op m ligt, tegenhoudt. De
tweede schuif^ dient, om het gewigt m naar welgevallen in den val te stuiten.
Behalve dit een en ander behoort bij den toestel een secondeslinger /i; deze is
op eene kunstmatige wijze door het binnenste gedeelte der kolommen de en h
met het rad a verbonden, begint door dit verband volkomen gelijktijdig met
den val van het ligchaam 71 te bewegen en geeft alzoo gedurende den valtijd
naauwkeurig de seconden aan. Elke seconde wordt door den slag van een ha-
mertje op het klokje, boven aan den stijl h geplaatst, aangekondigd.
Door middel van dezen toestel worden al de wetten, boven vermeld, juist be-
vestigd. Laat men de raassaas m en n vallen, en houdt de schuif ƒ na 1 seconde
de massa n tegen, zoo blijft m met de verkregene beweging op het einde van deze
seconde voortloopen, en wel met eene eenparige of gelijkmatige bew^eging. Stuit
dc schuif (jy na het einde der tweede seconde, de massa m in haren loop, zoo
2 blijkt, dat de afstand ƒg der beide schuiven twee malen zoo groot is als die,
0 welke de schuif ƒ van het aanvangspunt des vals verwijderd is. Dit komt
1 reeds overeen met de verklaarde derde wet, en zoo kunnen wij ze allen zien te
voorschijn treden.
Is er bij de behandeling van de eigenschappen der ligchamen gewezen op het
»■ivoordeel, dat zij den mensch aanbrengen, ook de aantrekkingskracht wendt men
pi nuttig aan, om beweging in sommige werktuigen te verkrijgen. De mensch
toch spaart groote kosten, indien de natuur hem de kracht verschaft. Denkf
Ifi slechts aan tle houtzaagmolens, waar de kracht des winds het werk van duizen-
5I ( den handen verrigt. Welnu, zoo heeft hij ook de wet van valling toegepast. De
O 1 stampers in de oliemolens, die op wiggen vallen, en deze alzoo het zaad doen
f Ézamenpersen; de heiblokken, welke door hunnen val de palen in den grond
i-tj drijven; het water, dat langs schuine kanalen op of tegen de breed e borden van
een rad stroomt en het op die wijze rondvoert, leveren hiervan voldoende be-
lwijzen op.