Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
blik twee mannen aan eene lijn, die aan bet roer is vastgemaakt. Let vaar-
tuig in eene tegenovergestelde rigting voort, de eerste met eene kracht van
20, de tweede met eene van 40 pond, zoo zou er in dat geval van de 105
kracht, welke vóór aan het schip werkzaam is, 40 + of 60 pond vernie-
tigd worden, en de zamengestelde van deze 5 krachten zou er eene zijn, die
met 45 pond het schip voorwaarts bewoog.
Men drukt dit verschijnsel in het algemeen dus uit: indien verschillende krach"
ten allen in dezeljde lijn werken, maar gedeeltelijk in tegenovergestelde rigtingen,
zoo is de zamengestelde van deze gelijk aan het verschil der beide krachten,
welke ieder zijn zamcngesteld uit dc som der gedeeltelijke krachten, die in dezelfde
rigting werken; en het ligchaam zal dan bewogen worden in de ri(]ting der grootste
kracht.
Evenwijdig werkende krachten zijn dezulken, die wel niet op het zelfde punt
van een ligchaam werken, maar toch in dezelfde rigting. Vooronderstellende,
dat drie mannen aan de beide einden en het midden van eenen balk A 15
trekken (fig. 22), ieder met eene kracht van 50 pond, zoo zouden immers deze
krachten door eene van 150 pond
Fig. 22. kunnen vervangen worden, die in
^ „ het midden van den balk werd aan-
A C Ji
r^ __ --7 ' A gebragt? Gij ziet dit toegepast by
HP eenen wagen, die gedeeltelijk door
trekken en duwen wordt vooruit
gevoerd : hij gaat in eene rigting
voort, alsof er aan het midden van
den wagen slechts eene kracht werkzaam ware. De punten J, B en C, waarin
de krachten werkzaam zijn, noemt men de aangrijpingspunten dier krachten.
Alzoo zijn.^^, ß en C de aangrijpingspunten der afzonderlijke krachten en C dat
van de resultante.
Waren de krachten verschillend, zoo zou men ne zamengestelde niet meer in het
midden kunnen aanbrengen; want dan ware er geen evenwigt meer, indien men die
zamengestelde in eene tegenovergestelde rigting deed werken. — Neemt aan, dat
eene onbuigbare staaf a b (zie onderst, fig.) in 12 gelijke deelen is verdeeld, en
dat men in elk deelpunt 1, 2, 3 enz. een gewigt van één pond heeftopgehangen, dan
is deze staaf door 12 evenwijdig werkende krachten aangedaan, die te zamen
een vermogen van 12 poml uitoefenen. De resultante dier gedeeltelijke krachten
bedraagt dus 12 pond
l 2 3 4 5 6 7 8 9101112 en haar aangrijpings-
^ ' ' • ^ punt ligt naar aanlei-
P ^ ? Jiug behandel-
de in c, in het midden der staaf. Ter wederzijde van c ligt nu 6 pond en het punt
e bevindt zich op 11 halve afstanden of deelen van de beide einden. Stelt u verder
voor, dat de 5 pond, aangeduid met de cijfers 8, 9, 10, II en 12 worden weg-