Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
824
luiid vau den rug, eu de onderste vlakte aan den buik; de buitenste zijvlakte van
bet werktuig rust tegen de beenderen van de zijvinnen, en de binnenste zijvlakte
tegen de spieren van deu kop en het voorste gedeelte van den romp. Als men
het werktuig van boven of van onderen beziet, vertoont het verscheidene veel-
hoekige of roudachtige afdeelingen (zie fig. 524); beziet men het echter van ter
j,. 225 zijde, dan ontdekt men evenwijdige strepen
(zie fig. 525). fiet geheele electrische
zamenstel bestaat alzoo uit eene menigte
veelhoekige of roudachtige kolommen,
die eene rigting hebben van den buik
naar den rug, zoodat zij in fig. 523 of
524 overeind op het vlak van net papier
verbeelden te staan De buitenomkleed-
sels van elk kolommetje worden door een vlies gevormd, dat gelijke dienst
aau de kolom bewijst als de glasstaven, tusschen welke de galvanische kolom
wordt opgebouwd. Ieder kolommetje bestaat uit eene menigte op elkander lig-
gende dunne plaatjes, die kleine, nu eens vlakke, dan eens gebogene blaadjes
zijn, door zeer kleverige laagjes van slijm van elkander gescheiden; men ziet
dus daaruit, dat deze kolommetjes in hare zamenstelling met die der galvanische
kolom eene treffende overeenkomst hebben.
Men telt bij den sidderrog 400 tot 500 zulke kolommetjes op ieder zijner zijden,
llunter telde er bij eenen zeer grooten sidderrog, van bijna 14 palm lengte,
1184- Vier sterke zeiniwbundels rf, e, ƒ en g (fig. 523) verdeelen zich in het
electrische werktuig, en, volgens het gevoelen van Matteucci, schijnt het mid-
delste zenuwstelsel, waaruit deze bundels ontspringen, de eigentlijke zitplaats
der electrische kracht te zijn
De heef-aal (zie fig. 526) heeft eeneu buitengewoon langen staart; het achterste
ligt namelijk zoo ver
uaar voren, dat de
staart bijna 4l- maal
zoo lang is als de kop
en het lijf zamengeno-
men. De electrische
toestel strekt zich bij
dit dier omtrent over
de geheele lengte vau
den staart uit, en bevindt zich zoowel op zijde als onder deze; zoodat dit werk-
tuig bij dezen visch eene zeer groote uitgebreidheid heeft, waaraan het dau ook
is toe te schrijven, dat de heef-aal zulke buitengewoon sterke slagen kan toe-
brengen.
Bij den heef-aal staan de kolommetjes, welke den electrischen toestel uitmaken,
niet loodregt, zooals bij den sidderrog, maar zij loopen in de rigting van den
Fig. 526.