Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
796
stelde rigting omloopt. Hetzelfde heeft plaats bij aanwending van eene staaf I
antimonium, doch dan wijkt de naald in eene omgekeerde rigting af. Ten i
einde zulk een thermo-electrischen stroom goed kenbaar te maken , heeft
men slechts den draad bij rf of c te verbreken, en de d&ardoor verkregene
einden met den multiplicator in verband te brengen. Om den multiplicator
voor dit doel geschikt te maken, moet hij uit een' draad van eene streep dikte
bestaan, die slechts 50 tot 150 windingen heeft, want men heeft hier doorgaans
met zwakke stroomen van eene geringe spanning te doen.
Wij hebben van twee verschillende metalen tot opwekking dier stroomen
gebruik gemaakt, maar het verschijnsel zou ook opgetreden zijn, indien men
eene enkele strook koper in den vorm van fig. 516 had omgebogen, bij rf het
deel erf eenigzins had laten overreiken, het draaddeel ad er tegenaan had ge-
drukt, en vervolgens het overstekende of verlengde deel met eene wijngeest-
lamp had verwarmd; de stroom zou zich dau in eene rigting van rf naar c
over b en a hebben bewogen. Dergelijk verschijnsel doet zich op, indien men
eenen knoop in een' metaaldraad legt, eu hem bij den knoop verwarmt. Op
zulk eene wijze kan men in elk metaal, alsmede door de aanrakingsplaats
van verschillende metalen te verwarmen, warmte-electrische stroomen met den
multiplicator kenbaar maken. Indien men bij voorbeeld een staafje antimo-
nium en bismuth aan elkander soldeert, en de vrije einden door middel van
een' geleiddraad met de einden van den draad des multiplicators in ver-
band brengt, zoo ziet men reeds eene afwijking der naald, wanneer men de
soldeerplaats tusschen den vinger en duim verwarmt. Wil men met den
multiplicator den graad van sterkte en de rigting vau den electrischen stroom,
bij twee verschillende metalen, op de minst omslagtige wijze leeren kennen,
men gaat dan bijna als inde laatst beschrevene proef te werk: men neemt
namelijk twee strookjes van een der te onderzoekene metalen, verbindt aan
elk eind des multiplicators eeue dezer strooken; plaatst nu tusschen de vrije
einden eene strook van het tweede metaal, zoodat dit laatste aan twee eindeu
met het eerst bevestigde metaal verbonden is, en verwarmt eene dier aanra-
kingsplaatsen, als wanneer de rigting en sterkte van den daardoor opgewekten
stroom kenbaar wordt. Op deze wijze heeft men de metalen in eene reeks lee-
ren rangschikken, zoodanig dat, wanneer men daaruit twee metalen neemt,
ze met elkander verbindt, en vervolgens de verbindingsplaats verwarmt, er
een stroom ontstaat, die altijd van het in de reeks lager staande metaal naar
het hooger geplaatste gaat. Zulk eene reeks is de volgende :
Antimonium Messing Kol)alt
Arsenicum Rhodium Palladium
IJzer Lood Platina
Zink Tin Nickel
Goud Zilver Kwikzilver
Koper Mangauesium Bismuth.