Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
815
in tegenovergestelde rigtingen vloeijen raet die van Ampère, en het moet
bij gevolg ook door den blijvenden magneet afgestooten worden. Poggendorf
en Weber hebben inderdaad bevonden, dat indien men een bisrauth-staafje,
dat van de noordpool afgestooten wordt, aan dezelfde zijde met de zuid-
pool van een' andereu magneet nadert, door dezen wordt aangetrokken. Het
verschil tusschen magnetische en diamagnetische ligchamen zou derhalve daar-
in bestaan, dat in de eerste, bij toenadering tot een magneet, electrische stroo-
men in tegenovergestelde rigting, en in de laatste in gelijke rigting worden
opgewekt. Het is aannemelijk, dat in diamagnetische ligchamen alleen stroo-
men worden opgewekt volgens de wet der inductie, zonder dat er juist reeds
andere stroomen, rondom de moleculen loopende, aanwezig waren; terwijl in de
magnetische stoffen reeds eene soort van molecutair-stroomingen bestaan, die
door den magneet in gelijke rigting worden gebragt en er in gehouden ; de
eerst genoemde geïnduecerde strooraen vooronderstelt men, dat dan slechts de
enkele moleculen blijven omringen, eu zich niet in de geheele massa, van het
eene molecuul naar het andere voortgaande, kunnen bewegen, terwijl dit bij
de laatstgenoemde wel het geval zoude zijn. Wij achten deze korte aan-
wijzing tot eenig begrip der zaak voldoende.
ZES EN TACHTIGSTE LES.
Over de lliermo-eleclricitcit. Opwekking van eleclriciteit door
bijzondere oorzaken. Physiologische verschijnselen
van den stroom, en dierlijke electriciteit.
Thans willen wij nog kortelijk spreken over die electriciteit, welke wordt opge-
wekt in metalen staven of draden, indien men ze aan het eene einde verwarmt.
Men heeft de daardoor opgewekte electriciteit thcrmo^eleclnciieil genoemd, en
men verstaat ongetwijfeld de beteekenis vau dien naam.
De proef, die dit electrisch verschijnsel doet optreden, wordt op de volgende
wijze op het eenvoudigst in het werk gesteld.
Men neemt een draad «rfcA (zie fig. 516) van koper, eu soldeert dezen
jjg met beide einden aau een staaQe van bismuth a b.
Zet men nu onder de soldeerplaats b een brandend
spirituslampje, en plaatst men onder of boven den
draad c d eene magneetnaald, dan wijkt oogenblikke-
lijk door die verwarming de naald af, en deze af-
wijking duurt zoolang voort, als er verschil in
warmte aan de beide einden a en b plaats heeft. Die
afwijking toont dus het ontstaan van een' electrischen stroom aan. Weet men
het gesoldeerde einde of a 6 sterk af te koelen, dan wijkt de naald in eene te-
genoverstelde rigting af; een bewijs, dat de stroom dus ook in tegenoverge-