Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
792
Ziedaar de beschrijving van Logeman's eenvoudigen magneto-electrischen
toestel, wiens inrigting zeker gemakkelijker is te doorzien dau de eerstbeschre-
vene. Men bemerkt, dat het beginsel bij beiden hetzelfde is; maar niemand heeft
vóór den heer Logeman eene regte staaf tusschen de polen des magneets doen
wentelen, en daarin ligt juist de oorzaak der beknoptheid.
Dat ook dit werktuig het vermogen bezit, om water te ontleden, electromag-
neten te bekrachtigen, warmte-verschijnselen op te wekken, enz., dit kan aan
geene bedenking onderworpen zijn.
De schrijver zag eenigen tijd geleden den heer Logeman door een dergelijk
werktuig van zijn maaksel, waarin de hoef ƒ c ^ 100 kilogrammen draagkracht
bezat, platina-draad gloeijen, een electromagneet vormen, die 100 kilogrammen
droeg, buskruid ontsteken, water ontleden, in die mate, dat er 10 kub. duimen
gas in elke minuut geleverd werden, eeneu rotatietoestel iu beweging zetten,
enz. enz.
Tot de inductie-verschijnselen behoort ook de volgende in 1825 door Arago
gemaakte ontdekking. Wanneer eene horizontaal zwevende magneetnaald boven
eene digt daaronder liggende koperen schijf schommelt, zoo wijken de slinge-
ringen minder ver af, dan wanneer die schijf er niet onder lag; en indien onder
eene in rust zijnde, zeer ligt beweegbare magneetnaald eene koperen schijf
snel wordt rondgedraaid , wordt de naald met haar in dezelfde rigting rond-
gevoerd. Even als het koper werken ook alle andere metalen. IJzer overtreft
daarin al de anderen. Zeer gemakkelijk kan men de genoemde omwenteling
door een toestel aanschouwelijk maken, die in fig. 511 is afgebeeld. 6 6 is eeue
Fig. 511.
houten schijf, in welks midden eene opening is, door welke deasa reikt, die
door het grootere rad R en een' riem zonder eind kan worden rondgedraaid.
Rondom bb, die op de stijltjes dd rust, ligt eene cirkelvormige groef, waarin
de geel koperen ring c juist past. Deze ring is van boven met eene glazen plaat
gedekt, op welks midden bij n eene spits is bevestigd, waarop de magneetnaald
draaijen moet. Op de spil a worden de schijven geschroefd, die men wil doen
rondwentelen; zulk eene schijf ligt dus tusschen het hout 6 6 en het glas c; de
naald is derhalve door het glas van de roterende schijf gescheiden. De spil a