Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
786
Fig. 505. tegen de rigting van de uurwijzers iu,
zich om de as c laat omdraaijen, zoo-
danig dat, even als in fig. 504,
len E en B zoo nabij mogehjk over Z
en N heenstrijken, zoo zal E bij de
nadering van Z een noord- en B tegelijk
eeu zuidpool worden. Volgens het her-
haalde malen aangegevene zal derhalve
een inductie-stroom in den draad ont-
staan, die tegenovergesteld is aan de rig-
ting van de stroomen van Ampère in het
magnetisch gewordene ijzer; die inductie-stroom gaat dus van x naarjinde
rigting der pijltjes, eu vervolgens van p naar g. Verwijdert zich E vau Z, naar
de stelling c, zoo ontstaat, bij het ophouden der magneetkracht, in den draad
een tegenovergestelde stroom^ B heeft zich nu ook van N verwijderd en is in b
aangekomen, daardoor keert öok de stroom in den draad om, en deze loopt
derhalve van e over j naar x en b, en daarna van g naarp. De verwijdering
van het been E van Z brengt daarin denzelfden stroom voort, die zijne nadering
tot iV veroorzaakt. Zoo lang derhalve E zich in den ondersten halven cirkel
bevindt, gaat de stroom van E door y x naar B, en gedurende den tijd dat E in
de bovenhelft des cirkels zich beweegt en B in de onderste, loopt de stroom van
B door X y naar E. Ten einde nu onafgebroken stroomen, die in verschillende
rigtingen vloeijen te verkrijgen, behoeft men slechts snel rond te draaijen,
en de einden ^ en 7 met elkander te verbinden. Om echter een' stroom voort
te brengen, welke voortdurend in ééne en dezelfde rigting voortgaat, is het
noodzakelijk, om tusschen p en q eenen beweegbaren toestel tot stand te brengen,
met eene geleiding, ƒ g bij voorbeeld, die bewerkt, dat, wanneer de stroom van
p naar q loopt, het einde p met g en q met f in geleidend verband staat; terwijl,
wanneer de stroom zich van q naar p beweegt, q met g en p met ƒ in verbinding
is gebragt. Op deze wijze alleen kan men een' stroom opwekken, die in den
geleiddraad g f altijd dezelfde rigting heeft. Dit nu grijpt plaats bij de zamen-
stelling, welke (ig. 506 afbeeldt, en waartoe hoofdzakelijk de commutator C dient.
De as J A laat zich namelijk met behulp der kruk tusschen de beenen van
den staalmagneet Z N ronddraaijen. In plaats van een'week-ijzeren hoef, vindt
men hier een eenigzins hoehormig stuk, eigentlijk bestaande uit twee week-
ijzeren cilinders, die in de klossen E en B steken en op de ijzeren plaat
mm bevestigd zijn. Door den draad .r^ is de draad van den eeneu klos B
op den anderen geleid, en deze derhalve aan elkander verbonden; p eng zijn
de beide einden der omwindingen, en deze leiden naar den commutator C,
die in fig. 507 en 508 in doorsnede en in perspectivisch aanzien is afge-
beeld. Deze commutator bestaat uit eene buis rr van messing, die op de as
A A wordt gestoken, en eeue tweede buis m m, eveneens van messing, welke