Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
782
magneet verkrijgt de stroom dezelfde rigting van het pijltje, hetwelk op den
magneet is geplaatst. Men vindt hierin eene verrassende overeenkomst met
het voorafgegane betrekkelijk den geïnduceerden stroom.
Niet alleen, wanneer men een' magneet in den spiraalvormig opgewonde-
nen draad voert, of hem er uit verwijdert, worden er stroomeu in den draad
opgewekt, maar dit zal ook het geval zijn, indieu men de beide polen vau
een' blijvenden hoefvormigen staalmagneet met koperdraad omwoelt, dat door
een zijden bekleedsel is geïsoleerd, en men tegen de polen van den magneet
het week-ijzeren anker brengt, of dit van den magneet verwijdert; ook dan
zullen er bij beide bewegingen stroomen in de windingen van den draad
worden voortgebragt. In het eerste geval, bij hel aanbrengen van het anker
n. 1., zal de stroom door de windingen van den koperen draad omloopen,
eveneens alsof de magneet er uit werd getrokken, en in het laatste, bij het af-
rukken van het anker, zal de stroom den tegenovergestelden weg nemen, even-
eens alsof de magneet in de windhtgen werd gebragt. Alzoo is ook de 4* wet
bewezen, terwijl aan de waarheid der 5* wel niet zal getwijfeld worden.
Bij het inschuiven van weck ijzer iu den spiraal (zie fig. 500 en 501) wordt
derhalve de werking aanmerkelijk verhoogd. Bij voorkeur maakt men intus-
schen, bij de inductie-spiralen voor physiologische werking, gebruik van een'
bundel ijzerdraden. De uitwerking hiervan is ook bij extrastroomen zeer
merkbaar. Faraday verklaart die versterking daardoor, dat bij het aanwezen
van eene ijzeren staaf in de spiraal, bij het openen des strooms gelijktijdig
met den hoofdstroom ook het door hem opgewekte magnetismus van het ijzer
verdwijnt; het verdwijnen van het magnetismus oefent evenwel eene gelijk-
soortige werking uit, als het ophouden van electrische stroomen ; het mag-
netismus, dat ophoudt, induceert tevens een' met den eindigenden hoofdstroom
evenwijdig gerigten nevenstroom, en hieruit verklaart meu de versterking door
ijzer. Voor het bezigen van een' bundel ijzerdraden, in plaats van eene en-
kele staaf, pleit het volgende : de hoofdstroom ophoudende, wekt evenwijdig
of gelijkgerigte stroomen in de massa ijzer op, waardoor het verdwijnen van
het magnetismus eenige oogenblikken tegengewerkt, en de versterkende wer-
king van het plotseling ophouden verzwakt wordt. Alles, wat alzoo het ont-
staan dezer stroomen in het ijzer vermindert, zal ook natuurlijk de werking
van het verdwijnende magnetismus verhoogen; dewijl nu in een' bundel van
ijzerdraden, de stroomen, die door het afbreken des hoofdstrooms worden
voortgebragt, zich niet zoo ongestoord kunnen vormen, als in eene zamen-
haugende massa ijzer, zoo is het duidelijk, dat de uitwerking der afbreking
vau het magnetismus des draadburidels ook meer volkomen zal geschieden, en
niet door deze stroomen in zulk een' hoogen graad zal gestoord worden, als
bij de massiveijzerstaaf het geval is. Het is niet goed, den ijzerdraadbuudel met
een niet magnetisch metaal, bijv. met bladtin, te beplakken, want dan kan het
verdwijnende magnetismus op de spiraal geenen onmiddehjken invloed uitoefenen.