Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.779
zijn, dan eens met het metaal, en dus ook met den stijl C, in aanraking. De
meergenoemde veér E staat, onder het plankje door, met het knopje B' in
verband.
Bevestigt men nu in de beide verbindingsknopjes B en B' de beide einden
van de pooldraden van eeu galvanisch element, dan zal, indien bij de om-
wenteling van het schij^e D de veér E op het koper rust, de keten gesloten
zijn, en de stroom zijnen weg van den knop B' over de veer E, de schijf D,
het stijltje C, de om windingen van den cilinder A en het knopje B geregeld
kunnen vervolgen. Zoodra echter de veér op de isolerende stof rust, is de
stroom verbroken, daar hem de weg, om op de schijf D te geraken, is afge-
sneden. Door derhalve de schijf D te draaijen, doet men telkens afgebrokene
electrische stroomen in den draad om den klos A ontstaan.
Nu is er om den klos A bovendien 5 a 600 meters veel dunner, ook met
zijde omwoeld, rood koperdraad gewonden, dat derhalve met verscheidene
lagen op het dikkere koperdraad rust. De einden van dien dunneren draad
zijn in verbinding gebragt met twee dergelijke knopjes als B en B\ die echter
aan de andere zijde van den klos A staan, en dus in de figuur niet zigtbaar
zijn. Vereenigt men die beide knopjes, en dus de uiteinden van den langen,
dunnen draad, door het mcnschelijke ligchaam met elkander, dan worden er,
op de gezegde wijze, in den dunneu draad telkens stroomen opgewekt, die
schokken in het ligchaam veroorzaken.
Men versterkt aanmerkelijk de uitwerking van dit werktuig door in de
holle kern van den klos eene ijzerstaaf F, of wat nog beter is, een' bundel
ijzerdraden te leggen. Wij zullen daarvan later de reden ontvouwen. Het is
zeer opmerkelijk, dat de alzoo door Logeman toegeruste werktuigjes reeds
sterke schokken geven, indien men, tot opwekking der electriciteit, een gal-
vanisch element gebruikt, bestaande uit eenen cent en een plaatje zink van
dezelfde grootte, gedompeld in verdund zwavelzuur.
Het openen en sluiten van den stroom geschiedde tot hiertoe door werk-
tuigelijke middelen, maar men kan dit ook door den stroom zelveii doen ver-
rigten. Fig. 501 toont aan, hoe dit kan geschieden. Even als bij Logeman's
schoktoestel zijn
hoofd eu uevenspi-
raal op denzeifden
klos gewondeu. De-
ze ligt op eeu voet-
stukje Zf, tusschen
twee plankjes m en
n en vier stijltjes rr
opgesloteu. De ein-
den van den hoofd-
draad zijn in de schroefjes 1 cn 2, die vanden nevendraad in twee andere, diebo