Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.776
4*. De in week ijzer ontstaande of verdwijnende magneetkracht werkt op
een' naliij liggenden geleider eveneens als het naderen of verwijderen van een
Mijvenden magneet,
5'. In al deze gevallen hlijft het volkomen hetzelfde of men, in plaats van
den geleider des hoofdstrooms of den staalmagneet naar den tweeden geleider
te bewegen, dezen laatsten in beweging brengt en de beide eerstgenoemden in
rust laat.
Ziehier op welk eene wijze men de werking van een' stroom op een' in zich
zelven wederkeerenden geleider zigtbaar maakt.
Op eenen houten of metalen hollen cilinder k k (zie fig. 4^7) worden twee.
Hg 497 met zijde omwoelde, en daardoor ieder op
zich zelven geïsoleerde, koperdraden zoo-
danig gewonden, dat zij over hunne gan-
scli^ lengte naast elkander op den klos
liggen.
Sluit men nu alzoo met den eenen draad
eene galvanische keten, door de beide
draadeinden a en b aan de jiolen van een
galvanisch element te bevestigen, zoo loopt
de stroom in dien draad rond, zonder op den anderen draad c d te kunnen
overgaan In dezen laatsten echter wordt nu, door de verdeelende werking
des strooms, een stroom in tegenovergestelde rigting opgewekt. Dit is geheel in
overeenstemming met de verklaring op bladz. 64O gegeven, en onmiddelijk waar
te nemen, zoodra men dc einden c en d van den anderen draad verbindt met
de einden van den draad des multiplicators. Op het oogenblik, dat men door
den eersten draad at den stroom sluit, toont de afwijking van de magneetnaald
des galvanometers een' stroom in den tweeden draad aan, en die afwijking doet
dan tevens zien, dat de opgewekte of geïnduceerde stroom in eene rigting zich
beweegt, die tegenovergesteld is aan die van den hoofdstroom.
De geïndnceerde stroom is niet blijvend, want na eenige oogenblikken houdt
de afwijking van de naald des galvanometers op, en zij keert weder op het nul-
punt terug; maar zoodra men nu den hoofdstroom afbreekt, ziet men de naald,
tusschen e en d geplaatst, aan de tegenovergestelde zijde afwijken, en zij wijst
dus een' stroom aan, die in dezelfde rigting loopt, waarin de pas afgebrokene
hoofdstroom zich bewogen heeft.
Alzoo is de eerste wet bewezen : Een electrische stroom kan in eenen hem
nabij liggenden, in zichzelven wederkeerenden draad, op het oogenblik van zijn ont-
staan en van zijn eindigen, stroomen induceren. De stroom, welke bij het sluiten
van de pooldraden opgewekt wordt, heeft de tegengestelde, en die, welke bij het
verbreken van de pooldraden wordt opgewekt, dezelfde rigting van den hoofdstroom.
De door den hoofdstroom op voorschrevene wijze in een' anderen draad
opgewekte stroom brengt, even als de eerste, vonken en schokken voort. Indien
.1