Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
S9
eener eigenaardige drukking der vloeistoffen, ook hier evenwigt Lestaat.
Hoeveel krachten er op een ligchaam werken, en hoe ook hare rigting
moge zijn, zij zullen gezaraentlijk het voorwerp slechts in eene rigting kunnen be-
wegen. Hoe toch zou het eene deel eens ligchaams naar de eene, en een ander deel
weder naar eene andere zijde kunnen bewogen worden, zonder dat het ligchaam
verbroken wierde. Hieruit volgt, dat men altijd ééne kracht zal kunncA vinden,
die alleen datgene doet, wat al de andere krachten, welke op het ligchaam werken, te
zamen te weeg brengen. Zulk'eene kracht noemt men de zamengestelde oïAeresid-
tante der onderscheidene krachten.
Verbeeldt u een vaartuigje, voortgedreven door de kracht van den stoom,
den stroom, en den wind. Zou ik nu, als stoom, stroom en wind buiten werking
waren, niet eenige paarden aan eene lijn kunnen plaatsen, om de boot voort te
trekken in dezelfde rigting en met dezelfde snelheid, die er vroeger door de ge-
noemde vereenigtle krachten aan gegeven waren? — Wel nu, de krachten der
paarden daartoe benoodigd, zou de zamengestelde zijn van de vorige. Stolt nu
verder, dat het schip eenmaal door stoom, stroom en wind was in beweging ge-
bragt, en dat men de zamengestelde dier krachten, namelijk de aan de lijn ge-
plaatste kracht, in eene rigting deed werken, juist tegenovergesteld aan die,
welke er de vereenigde krachten aan geven; dan zal de schuit in rust, in even-
wigt zijn; zij zal noch voor-, noch achterwaarts kunnen varen, zich niet het
minste kunnen bewegen, en veel steviger aan hare plaats gebonden zijn, dan dat
zij voor anker lag. Ziedaar eene kenmerkende eigenschap der zamengestelde
kracht. Indien namelijk aan een stelsel van krachten eene nieuwe kracht wordt
aangebragt, die aan de zamengestelde gelijk maar in eene tegenovergestelde rigting
werkzaam is, ':.al er evenwigt bestaan.
De krachten, die wij tot voorI>eeld ko-
zen, werkten in eene hjn, allen in dezelfde
rigting. De resultante is hier gelijk aan de
som der gedeeltelijke krachten.
Laat ons nu eens onderzoeken op welk
eene wijze men de rigting en grootte van
de resultante kan vinden, indien de krach«
ten niet in eene rigting of in eene lijn
werken
De bal a (zie lig. 13) wordt in de rigting
ab een stoot gegeven, waardoor hij tot
aan b moet rollen; op denzeifden oogenblik geeft men den bal eenen gelijken stoot,
die alleen werkende hem in gelijken tijd even ver, maar inde rigting ac, tot
c doet voortgaan; en wat is het gevolg dezer twee gelijke stooten ? De bal be-
weegt zich volgens de lijn ad tusschen de beide rigtingen in, welke de twee
krachten er ieder afzonderlijk aan wilden geven, eu wordt tot in het punt rf ge-
voerd. Men kan van dit merkwaardig verschijnsel de volgende verklaring geven.
Fig. 13.