Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.766
afgebeelde, doet maken, alvorens bij aan het koperen plaatje bevestigd wordt.
Laat men een' magneet op dit toestelletje werken, dan wordt aan den draad de
aangeduide rigting veel sterker gegeven, omdat de magneet de rigtende kracht der
aarde ondersteunt.
Op deze wijze kan men, door middel van den^ stroom, de werking van de
magneetnaald nabootsen. Daartoe neemt men eenen koperdraad, die op <le
wijze, zooals fig. duidelijk maakt, schroefvormig is omgebogen, terwijl de
gevormde schroefdraden, evenwijdig aan elkander loopende, aan een strookje
van niet geleidende stof worden bevestigd. De geheele schroefdraad wordt op
de bekende wijze opgehangen in de kwikbakjes x eny (zie fig. 4^7). Leidt men
nu den stroom door dit stelsel schroefwindingen, dan zullen deze zich allen van
het oosten naar het westen rigten, en dien ten gevolge zullen de einden a en b,
of zal de as van de schroefdraden, zich naar het noorden en zuiden plaatsen. Het
naar het zuiden gerigte einde zal zich naar ons toegekeerd bevinden, indien
wij ons zoodanig plaatsen, dat de stroom, in de schroefdraden rond loopende,
weder eene rigting heeft, die met de beweging vau eenen uurwijzer overeen
komt. a zal dus, volgens de aanwijzing van het pijltje, het naar het noorden, b
het naar het zuiden gerigte einde zijn. Men moet ook uit de teekening bemerken,
dat de positieve stroom langs den vértikalen draad c d in de schroefdraden
treedt, en wanneer hij het einde a heeft bereikt, van daar geleid wordt naar b,
om daar op nieuw aan de westzijde der schroefdraden klimmende te worden,
zich weder naar het midden te bewegen, en langs den draad mn te kunnen
opstijgen. Ziedaar dus, als het ware, de electrische stroom in eene magneetnaald
veranderd. Men noemt zulk een' gebogenen draad eleclrodynamische cilinder.
Geeft men den draad eene inrigting, gehjk fig. 483 doet zien. zoo gaat de stroom
in dezen, wanneer hij aan den toestel vau Ampère
(zie fig. 477) wordt opgehangen, van y over a, 6,
c, d eu langs e en ƒ naar x terug. Hij loopt dus
tweemaal op en evenveel nederwaarts, alsmede
^ even zoover regts als links. De draad kan dus naar
geene bepaalde streek door het aardmagnetismus
gerigt worden en blijft dus iu elke stelling in rust.
Men noemt daarom zulk eene inrigting astatische
geleiddraad. Bij ƒ en g zijn twee stukjes hout of
kurk aangebragt, om de draden van elkander te
houden; zij konden ook daar omwoeld zijn.
Men heeft ook de werking, die de eene stroom
op den anderen te weeg brengt, wanneer zij al of
niet evenwijdig loopen, nagegaan, en bij dit
onderzoek bevonden, dat deze werking met den afstand der stroomen, met
hunne spanning en raet hunne lengte verandert. Schier alles, wat men daar-
van weet, is van Ampère afkomstig. De voornaamste waarheden, die hij aan
Fig. 483,