Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
74S
Äclirevene, uurwerk Z gaat, zich daar om den hoef Z, wikkelt, eu vervolgens
langs den tweeden draad L D naar het andere element der batterij voortgaat.
De batterij bevindt zich natuurlijk op de plaats, waar de klok A aanwezig is,
terwijl de draden CL eu L B honderden ellen lang kunnen zijn. Het isook
duidelijk, dat de draad LD, alvorens naar de batterij te vertrekken, de Dm-
windingen van meerdere hoeven in andere klokken op zijnen weg kan doorloopen.
Al deze hoeven zullen bij aantrekking hetzelfde verschijnsel openbaren als die in
L, en dus ook wijzers in beweging kunnen brengen.
Het openen en sluiten van den stroom door de klok d zal nu zeker door den
lezer reeds goed begrepen zijn. Husten de beide veêren op een koperen krammetje
in h, dan is de sluiting tot stand gebragt; liggen zij op het hout, dan is de stroom
afgebroken. Elke herstelling en afbreking heeft een verspringen van het rad f'
iu de klok Z, en dus ook van den wijzer ten gevolge. Daar nu het schijfje B in
30 gelijke deelen is verdeeld, en ook het rad F 30 tanden heeft, zoo zal de wijzer
in F bij elke minuut verspringen, en dus een' gelijken gang met het uurwerk
A hebben. Op dergelijke wijze is het met al de overige magnetische klokken
gesteld: allen bewegen zich gelijktijdig met het gaande uurwerk Door het
aanbrengen van een kleiner rad midden op F, en een paar raderen, waarop
dit kleinere werkt, wordt er ook een uurwijzer in rondgevoerd.
Men rigt het wel eens zoo in. dat de slinger eener klok het oj)enen en sluiten
van den stroom bewerkstelligen kan; maakt deze slinger in elke seconde eene slin-
gering, dan zal het sluiten van den stroom op het einde van elke seconde op de
volgende wijze kunnen plaats grijpen. In het benedeneinde van den slinger
is een koperdraad b geschroefd (zie fig. 4^4); d'e draad draagt een klein bakje
c, dat met kwikziher is gevuld, zoodanig dat het kwik
even boven den rand reikt. Dit bakje beweegt dus met
den slinger heen en weder ; in de nabijheid van dezen
laatste is in eene horizontale rigting een koperdraad a
bevestigd, waaraan een platina schijfje d is verbonden;
dit schijfje is zoodanig geplaatst dat, wanneer de slin-
ger en dus ook het bakje c zijn laagste punt heeft be-
reikt, het platina door het kwikheuveltje heen strijkt;
op dat oogenblik is dan de stroom gesloten, want de eene pooldraad Üer batterij
is aan a, de andere aan het ophangpunt des slingers verbonden; d en c vertegen-
woordigen dan de einden der pooldraden. De wijzer in Z (zie fig. 4^3) zal dus
elke seconde vooruit gevoerd worden. De slinger wordt iu fig. 474 voorgesteld
als op den kant gezien te worden.
Voor sterrekundige waarnemingen zijn de galvanische uurwerken van het
grootste gewigt. Neem aan, dat ten gevolge van het openen en sluiten des
strooms door den secondeslinger een toestel wordt in beweging gebragt, gelijk
aan het schrijfwerktuig van Morse's telegraaph (zie fig. 466); dan zal de stift
d bij elke seconde op het papier s s eene punt maken; hoe sneller zicfi dit papier