Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
S8
Wij zullen thans de omstandigheden nasporen, onder welke de ligchamen in
rust of in beweging zijn. Van deze beide toestanden leeren wij de zwaartekracht
als de voornaamste oorzaak kennen.
De vraag, die wij eerst zuilen beantwoorden, is deze: welke verschijnselen zul-
len er zich opdoen, indien verschillende krachten, of in dezelfde, of in onderschei-
dene rigtingen op de ligchamen werken? — Alvorens deze te beantwoorden,
moet gij weten, dat mende grootte der krachten gewoonlijk door lijnen zigtbaar
maakt. Indien ik bij voorbeeld aanneem, dat een lijntje van eene streep lengte
eene kracht van een;70»jrf zal voorstellen, dan zal een lijntje a b van 10 strepen
lengte (zie fig. 11) eene kracht van 10 pond kunnen
verbeelden, en eene cd, dubbel zoo lang, eene
klacht van 20 pond. Men kan op deze wijze niet
a I" "■ ■ "" i alleen de betrekkelijke grootte der krachten aan.
^ ' '■ ' "■' ' wijzen, maar ook hare rigting zeer juist doen
kennen.
Zelden werkt er op een ligchaam slechts ééne kracht, bijna altijd twee of meer.
Als gij een' stok doorbreekt, werkt er aan ieder zijner einden eene kracht. Tracht
gij iets op te ligten, dan werken uwe spierkracht en de zwaartekracht der aarde
tegen elkander in.
Oefenen nu twee of meer krachten te gelijk op een ligchaam haar vermogen
uit, dan kan het ligchaam of in rust of in beweging zijn. De rust drukt men
in dat geval ook uit door te zeggen: het ligchaam is in evemvigt Deze uitdruk-
king is doelmatiger, zooals u al aanstonds blijken zal.
Een ligchaam is in evenwigt, wanneer de krachten, die het aandoen, elkander on-
derling vernietigen, dat beteekent, wanneer de eene kracht de andere belet om
het ligchaam te bewegen. Wanneer ik een bal a (zie fig. 12) aan de eene zijde
b met de linkerhand naar de regterzijde c tracht
F^g- 12. te bewegen, maar hem aan den anderen kant
cmet eene gelijke kracht door middel derreg-
terhand naar de linkerzijde wil verplaatsen,
dan zal de bal in rust blijven, of liever, hij zal
inevenwigt zijn De twee krachten ben c zul-
len elkander vernietigen, en niets voortbrengen dan eene zamendrukking der
deelen van den bal. Zoo ook zal hij in evenwigt zijn, indien ik hem aan eenen
draad ophang; want de zwaartekracht, die den bal aandoet, wordt door de we-
derstandbieding van den draad en het ophangpunt teniet gedaan. Somtijds blijft
een ligchaam zonder zulk eenen wederstand biedenden draad of een vast punt
in evenwigt; wij zien een'visch in een glas met water op eenen afstand van
den bodem zich in rust stellen; eveneens zien wij den luchtbal met den geheelen
toestel en de reizigers op eene plek zweven. Door de zwaartekracht der aarde
moest toch eigentlijk de visch op den bodem van het glas en de luchtbal op de
oppervlakte der aarde vallen; doch wij zullen later zien dat, uit hoofde